CFA Society Netherlands: private markten: minder transparantie, meer eigen verantwoordelijkheid

CFA - Rik Albrecht
CFA - Rik Albrecht

Nederlandse institutionele beleggers beleggen aanzienlijke bedragen in private markten. De discussie gaat daarbij vaak over de omvang van de allocatie. Een relevantere vraag is of governance, risicobeheer en professionele expertise de groei van deze beleggingen hebben bijgehouden.

In het rapport Understanding the Growth of Private Markets (juni 2026) signaleert het CFA Institute een structurele verandering in de beleggingssector. Volgens het rapport groeide het wereldwijd beheerde vermogen in private markten tussen 2003 en 2024 tot circa achttien keer de oorspronkelijke omvang. Ter vergelijking: het vermogen in publieke markten nam in dezelfde periode met een factor van ongeveer 3,7 toe. Bedrijven blijven langer privaat en kredietverlening verschuift naar niet-bancaire financiers. Een groter deel van de financiering van bedrijven gebeurt daardoor buiten de publieke kapitaalmarkt om.

Ook in Nederland hebben private assets inmiddels een substantieel gewicht in institutionele portefeuilles. In de analyse Private assets en financiële stabiliteit (juli 2026) rapporteert DNB over acht grote verzekeraars en vijf grote pensioenfondsen. Bij verzekeraars steeg het aandeel private assets tussen 2021 en 2025 van 14 procent naar 22 procent van het belegde vermogen. Bij pensioenfondsen nam het aandeel toe van 21 procent naar 23 procent; hun private beleggingen zijn in absolute omvang wel veel groter.

Achter deze percentages gaan verschillende typen private beleggingen schuil. Pensioenfondsen beleggen relatief veel in private equity, terwijl private credit een groter aandeel inneemt in de beleggingsportefeuilles van verzekeraars. De benodigde analyse en deskundigheid verschillen daardoor per belegging. De verzamelterm private markets verhult grote verschillen in risico, liquiditeit en structuur.

Die verschillen maken het onderwerp relevant voor het beleggingsvak. Private beleggingen kennen geen continue marktprijs. Waarderingen steunen vaker op modellen, aannames, vergelijkbare transacties en deskundigenoordelen. Informatie is minder breed beschikbaar en fondsstructuren kunnen meerdere juridische entiteiten, managers en andere intermediairs omvatten. CFA Institute wijst daarom op de hogere eisen die private markten stellen aan analyse, professioneel oordeel en governance.

De Nederlandse praktijk bevestigt dat beeld. DNB constateert dat institutionele beleggers bij private assets in hoge mate afhankelijk zijn van externe partijen voor uitvoering en risicobeheer. Waarderingen, kredietanalyses en andere onderdelen van het beleggingsproces worden vaak uitgevoerd met informatie of modellen van vermogensbeheerders en gespecialiseerde dienstverleners. Die afhankelijkheid betreft ook informatie over kredietkwaliteit, leverage, liquiditeit en onderliggende concentraties.

Juist bij waarderingen kan de afhankelijkheid van externe partijen een risico vormen. Veranderende marktomstandigheden werken bij private assets vaak met vertraging door. DNB wijst op mogelijke belangentegenstellingen rond waarderingen, portefeuillegroei en risicoacceptatie. Zo kunnen fondsmanagers er belang bij hebben neerwaartse waarderingscorrecties uit te stellen. Een ogenschijnlijk stabiele waardering kan later plaatsmaken voor een grotere aanpassing.

Uitbesteding ontslaat de belegger niet van zijn eigen verantwoordelijkheid. Een beleggingscommissie, bestuur of directie moet kunnen beoordelen waarop een waardering is gebaseerd, welke risico’s werkelijk worden gelopen en waar belangen van de eindbelegger en externe partijen uiteen kunnen lopen. DNB benadrukt het belang van eigen expertise, zorgvuldig vooronderzoek en kritisch toezicht. Onafhankelijke toetsing van waarderingen is daarmee onderdeel van goed risicobeheer.

Voor institutionele beleggers komt hierdoor naast portefeuilleconstructie meer nadruk te liggen op de deskundigheid om de belegging zelf te doorgronden. Dat geldt voor pensioenfondsen en verzekeraars, maar evenzeer voor andere professionele beleggers die kapitaal aan private markten toevertrouwen.

Vijf vragen voor institutionele beleggers
- Begrijpen wij voldoende hoe onze private beleggingen worden gewaardeerd?
- Kunnen wij informatie en aannames van externe managers zelfstandig toetsen?
- Weten wij waar belangen van fondsmanager, vermogensbeheerder en eindbelegger uiteen kunnen lopen?
- Hebben wij voldoende zicht op de onderliggende economische blootstellingen en concentraties?
- Beschikken wij intern over voldoende expertise om verantwoordelijkheid te dragen voor deze beleggingen?

De groei van private markten verandert ook het beleggingsvak. Wie minder kan terugvallen op marktprijzen en publieke informatie, moet de aannames, belangen en risico’s achter de belegging zelfstandig kunnen toetsen.

Rik Albrecht, CFA, is bestuurder en voorzitter van de beleggingscommissie bij diverse pensioenfondsen. Vermogensregisseur bij Roccade. Ethics trainer bij Ministry of Compliance. Rik is lid van de Ethics Committee en de Advocacy Committee van CFA Society Netherlands.