Vasthouden aan een brede spreiding of vol meegaan met trends: het afgelopen halfjaar telde vele momenten waarop ABN Amro, ING, InsingerGilissen, Rabobank en Van Lanschot Kempen moesten beslissen of ze hun beheerportefeuilles al dan niet zouden herbalanceren. ABN Amro boekte dit halfjaar het hoogste nettorendement, dankzij accenten in de sectorallocatie en de aandelenselectie. Rabobank was de enige bank die een positief relatief rendement boekte: 0,09 procent.
Elke zes maanden onderzoekt Investment Officer de neutrale beheerportefeuilles van de vijf grootste private banken van Nederland. Daarbij is het uitgangspunt een klant met een te beleggen vermogen van 1,5 miljoen euro.
De afgelopen zes maanden boekten de banken met deze portefeuilles nettorendementen van ruim 5 tot meer dan 8 procent. Het eerste kwartaal sloten ze over het algemeen negatief af, het tweede kwartaal compenseerde dat verlies ruimschoots. De winst kwam voor het overgrote deel voor rekening van aandelen: op hun obligatieportefeuilles boekten de banken zeer bescheiden rendementen. Relatief, ten opzichte van de benchmark, was Rabobank de enige bank die een positief rendement haalde, zij het miniem.
Rendementen grootste Nederlandse private banken H1 2026
Twee tegengestelde krachten bepaalden de eerste helft van 2026 op de financiële markten, zo signaleert Tycho van Denderen, fiduciair beheerder bij Van Lanschot Kempen (foto)
, in een toelichting op de rendementscijfers: ‘De oorlog in het Midden-Oosten en onzekerheid over handel en rentebeleid leidden tot forse marktbewegingen, maar aan de andere kant zette de investeringsgolf rond AI door en bleef de wereldeconomie veerkrachtig.’
Op de aandelenmarkten ‘won’ het optimisme: onder aanvoering van energie- en technologieaandelen werden weer nieuwe recordniveaus bereikt. De obligatiemarkten bleven volatiel. In het begin van het jaar nam de inflatiedruk wat af, maar de droom werd ruw verstoord door de eerste aanvallen van de VS en Israël op Iran en de daarmee gepaard gaande scherpe stijging van de olieprijs. In het tweede kwartaal verbeterde het sentiment wel ietwat, maar renteverlagingen door centrale banken zijn voorlopig uit het zicht verdwenen.
Aandelen
Vier van de vijf banken — ING uitgezonderd — startten het jaar overwogen in aandelen. Enkele banken brachten rond het einde van het eerste kwartaal die weging terug, om hem vervolgens min of meer neutraal te houden. Van Lanschot Kempen bouwde eind juni ‘opnieuw een lichte overweging in aandelen’ op, terwijl InsingerGilissen laat weten de hele periode overwogen te zijn geweest in aandelen.
Volgens Rabobank zetten vooral de factoren value en momentum de toon in dit eerste halfjaar. Die deden het aanzienlijk beter dan de index en hoofd beleggingsstrategie Taoufik Boussebaa (foto)
wijst erop dat met name die beleggingen in de factorportefeuille het hele portfolio van Rabobank ‘bovengemiddeld van de chiprally’ liet profiteren.
Ook ABN Amro maakte die chiprit. ‘Het herstel van de aandelenmarkten, gecombineerd met het sterke momentum rond AI, halfgeleiders en cybersecurity, zorgde ervoor dat de aandelenselectie een positieve bijdrage aan het rendement leverde’, zo concludeert Arthur Boelman, equity portfoliomanager van ABN Amro. Van Lanschot Kempen introduceerde in februari een ‘expliciet sectorbeleid’ waarbij de bank koos voor een overweging in informatietechnoloige en financiële dienstverlening. Dat droeg positief bij aan het resultaat.
Bij InsingerGilissen liep het anders. ‘Binnen de halfgeleiderindustrie was de portefeuille niet of minder belegd in sommige aandelen die in korte tijd verdubbelden of zelfs verdrievoudigden’, laat Gerwin Griffioen (foto)
weten, beleggingsspecialist van InsingerGilissen. De bank koos daarentegen voor een bredere spreiding en een lagere blootstelling aan zeer cyclische aandelen binnen de technologiesector. ‘Spreiding blijft een belangrijk speerpunt van ons beleggingsbeleid’, aldus Griffioen. ‘In een periode waarin de marktrally wordt gedragen door een beperkte groep AI-aandelen kan de portefeuille tijdelijk achterblijven. We zijn er echter van overtuigd dat deze aanpak op lange termijn leidt tot robuustere resultaten en een beter beheersbaar risicoprofiel.’
ING, tot slot, concludeert aan het einde van dit halfjaar dat de tactische assetallocatie geen significant effect had op het relatieve rendement. Ook met de regioallocatie en de sectorallocatie kon de bank niet uitblinken. De overwogen positie in Europese aandelen en de onderwogen positie in Japan leverden tezamen een kleine negatieve bijdrage op, zo laat fondsmanager Nathan Levy (foto)
weten. Qua sectoren zat ING onderwogen in industriegoederen en overwogen in communicatiediensten en financiële waarden, en ook dat resulteerde in een negatieve rendementsbijdrage van een paar tienden van een procent.
Obligaties
Op de obligatiemarken was het de eerste jaarhelft bij tijd en wijle hectisch. De dreiging van structureel hogere olieprijzen na de start van de oorlog in het Midden-Oosten wakkerde de vrees voor hoge inflatie aan en dat drukte de koersen. Met een klein positief rendement (soms minder dan een procent) mochten de meeste obligatieportefeuilles het afgelopen halfjaar al de handen dichtknijpen.
De obligatiebenchmarks verslaan was in ieder geval lastig. ABN Amro haalde met haar positie in investment-gradeobligaties een rendement ‘in de buurt van’ de benchmark, zo geeft de bank aan, maar in high yield en opkomende markten bleven de resultaten licht achter bij het marktgemiddelde.
Rabobank voelde in de obligatieportefeuille de hoge kosten van het afdekken van valutarisico’s. ‘Die maken beleggingen buiten de eurozone prijzig’, aldus Boussebaa. Rabobank belegt nu meer in euro-obligaties dan in de afgelopen jaren. Overigens nam de bank begin dit jaar afscheid van de categorie converteerbare obligaties: ‘Die kregen steeds meer een aandelenkarakter.’
Verder blijven de meningen verdeeld over bedrijfsobligaties versus staatsobligaties. Zo verlaagde Van Lanschot Kempen de weging van Europese staatsobligaties in het eerste kwartaal, en breidde toen de overweging in Europese bedrijfsobligaties uit. Gaandeweg het tweede kwartaal bleek echter dat de kans op verder stijgende rentes afnam en dat was aanleiding om de positie in Europese staatsobligaties weer te verhogen, naar neutraal.
InsingerGilissen daarentegen verhoogde al eerder de weging in staatsobligaties, en bouwde investment grade en high yield bedrijfsobligaties juist stapsgewijs af. De risicopremies worden te laag, vindt senior portfoliomanager Walter Leering van InsingerGilissen (foto)
.
ING was het daarmee eens. De bank verlaagde de overweging in investment grade bedrijfsobligaties medio januari al naar neutraal. De weging in high yield werd toen echter verhoogd (net als die in opkomende markten, zie hierna). Voor staatsobligaties hield de bank vast aan een onderweging, met een allocatie naar inflatiegekoppeld schuldpapier. Overigens leverde deze tactische allocatie geen extra rendement op ten opzichte van de benchmark, laat de bank daarbij nog weten.
Opkomende markten
ING was niet bepaald de enige bank die opkomende markten als alternatief zag, manoeuvrerend tussen de eerder genoemde ‘tegenstrijdige krachten’ die het afgelopen halfjaar kenmerkten. De verschuiving richting die markten - Taiwan en Zuid-Korea zijn veelgenoemd - bleef bovendien niet beperkt tot obligaties. Zo merkt Van Lanschot Kempen op dat aandelen uit opkomende markten deze zes maanden behoorden tot de sterkste categorieën: de bank boekte een rendement van 28,5 procent op die beleggingen, bij een benchmark van 27,5 procent.
Rabobank zette ook zwaarder in op obligaties uit opkomende markten - ondanks de kosten van valutahedges dus. Maar de hogere rentes in opkomende markten bieden meer ruimte voor rentedalingen, stelt de bank, en dus koerswinsten. Bovendien is deze categorie ‘een nuttig diversificatie’.
InsingerGilissen ging nog een stapje verder en bouwde het afgelopen halfjaar een nieuwe positie op in obligaties van opkomende landen in lokale valuta. Ook portfoliomanager Leering rept in dit verband van diversificatie. Bovendien zijn de economische fundamenten sterk in deze categorie en is het effectieve rendement aantrekkelijk. In ieder geval meldt InsingerGilissen dat deze nieuwe beleggingen positief bijdroegen aan het resultaat.
Goud
Dat kan niet gezegd worden van de diversificatie die ABN Amro zocht door te gaan beleggen in goud. De bank had daarin eind juni een positie van ongeveer 2,5 procent. De keuze droeg per saldo echter licht negatief bij aan het rendement: aan het einde van het eerste kwartaal kwam de goudprijs onder druk te staan en aan het einde van het tweede kwartaal stond ie lager dan bij de start van het jaar. ‘Op verschillende momenten is de positie gedurende de eerste helft van het jaar verhoogd en weer verlaagd’, aldus Boelman (foto)
maar dat gebeurde ‘met wisselend succes’. Dat neemt niet weg dat de beleggingscase voor goud op de lange termijn voor ABN Amro ‘intact blijft’. ‘De aanhoudende aankopen door centrale banken en de rol van goud als diversificatieinstrument blijven naar verwachting steun bieden aan de goudprijs.’
ABN Amro hanteert met ingang van 2026 een andere benchmark voor haar aandelenbeleggingen (de MSCI Acwi) en biedt daarom nu ook een andere modelportefeuille aan voor de halfjaarlijkse vergelijking van Investment Officer. Het betreft het mandaat Klassiek, waarbij de nadruk — in het verlengde van de benchmarkwijziging — ligt op wereldwijd beleggen. In het mandaat ESG Beleggen dat voorheen werd aangeboden, ligt binnen het aandelenportfolio de nadruk op Europese aandelen. Duurzaamheid is een integraal onderdeel van mandaat Klassiek, zo laat ABN Amro verder weten, maar het speelt een iets minder prominente rol dan bij het mandaat ESG Beleggen.
Verantwoording
Investment Officer onderzoekt sinds 2018 de meest gebruikte neutrale fondsenportefeuilles van ABN Amro, ING, InsingerGilissen, Rabobank en Van Lanschot Kempen voor vermogensbeheerklanten met een belegd vermogen van 1,5 miljoen euro. Alle vijf deelnemende banken leveren voor dit onderzoek gedetailleerde, actuele informatie aan. De invulling van de portefeuilles verschilt per bank. ABN Amro levert de resultaten van het mandaat Klassiek, ING het ING Select Fund, InsingerGilissen de Beheerstrategie Bewust Gebalanceerd, Rabobank die van Rabobank Beheerd Beleggen Exclusief en Van Lanschot Kempen van de portefeuille Actief.
Benchmarks modelportefeuilles banken 30 juni 2026