Een nieuw beleggingsfonds lanceren? Welke pensioenregeling past het beste bij de deelnemers? Wel of niet in hedgefondsen beleggen? Strategische keuzes worden in onze sector veelvuldig gemaakt, uitvoerig besproken en zorgvuldig onderbouwd. En toch kunnen ze in de praktijk verkeerd uitpakken. De kwetsbaarheid zit vaak in gevolgen die pas in beeld komen wanneer het al te laat is om (eenvoudig) bij te sturen.
Een herkenbaar voorbeeld van zo’n kwetsbaarheid is de statiegeldregeling. Verplicht statiegeld op kunststofflessen voor frisdrank en water is recent uitgebreid naar kleine flesjes en blikjes. Het doel is minder zwerfafval te produceren en meer in te zamelen voor recycling.
De redenering is logisch: zodra lege verpakkingen financiële waarde krijgen, neemt de prikkel toe om ze in te leveren. De regeling heeft zwerfafval van flesjes en blikjes verminderd, al is het beoogde inzamelpercentage van 90 procent nog niet gehaald.
Diezelfde prikkel heeft echter een minder voor de hand liggend neveneffect. Flesjes en blikjes in openbare afvalbakken vertegenwoordigen immers eveneens geld. Statiegeldrapers breken prullenbakken open, waardoor nieuw zwerfafval ontstaat en het straatbeeld in grote steden verslechtert. Gemeenten worden met miljoenen aan extra opruimkosten geconfronteerd.
Dit onvoldoende voorziene neveneffect vraagt achteraf dus opnieuw om bestuurlijke afwegingen en nieuwe investeringen. Inmiddels is 5 miljoen euro uitgetrokken voor de aanpak van opengebroken vuilnisbakken en wordt gewerkt met oplossingen zoals donatieringen. Had dit risico eerder scherper op tafel gelegen, dan waren dergelijke voorzieningen mogelijk al in het ontwerp meegenomen en was minder reparatie achteraf nodig geweest.
Zo kan een logisch besluit onbedoelde gevolgen hebben, die pas achteraf zichtbaar worden. Dit raakt aan een bredere uitdaging bij strategische besluitvorming. De vraag is hoe je zulke blinde vlekken eerder naar boven haalt.
Begin bij de mislukking
De pre-mortemanalyse, ontwikkeld door Gary Klein, vertrekt precies vanuit die vraag. De methode vraagt beleidsmakers om zich de situatie voor de geest te halen waarin een besluit, strategie of project tot een volledige mislukking heeft geleid. Om vervolgens terug te redeneren naar mogelijke oorzaken van die mislukking. Klein noemt deze manier van denken prospective hindsight.
Het bijzondere zit in het vertrekpunt. Je vraagt niet alleen wat er mis kan gaan, maar neemt aan dat het al mis is gegaan. Dat dwingt je afstand te nemen van de oorspronkelijke redenering en te onderzoeken hoe iets dat nu logisch lijkt, toch kan falen. Deze andere denkrichting kan vervolgens scenario’s, risico’s en neveneffecten naar boven brengen die eerder niet in de analyse voorkwamen.
Juist omdat deze analyse vóór de uitvoering plaatsvindt, kunnen mogelijke oorzaken van mislukking vroegtijdig worden geïdentificeerd en waar mogelijk worden aangepakt. Zo helpt een pre-mortem niet alleen om anders naar een strategische keuze te kijken, maar ook om de kans op een succesvolle uitkomst vergroten.
Anders nadenken over complexe keuzes
In onze sector worden vele complexe strategische keuzes gemaakt. De grootste van de afgelopen tijd is wellicht de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel en die is daarom wellicht een goed voorbeeld voor de toepassing van de pre-mortemgedachte. De transitie is nog gaande en het uiteindelijke succes kan pas achteraf worden bepaald. Vooralsnog lijkt het overwegend goed te gaan. Toch komen ook hier ongewenste bijeffecten naar voren waarbij je je kunt afvragen: waarom is hier niet eerder over nagedacht? Terwijl het achteraf logisch lijkt dat het gebeurde.
De overstap naar een vlakke premiestaffel in het nieuwe pensioenstelsel kan nadelig uitpakken voor oudere werknemers, voor wie een compensatieregeling verplicht is gesteld. Om dat nadeel te compenseren, ontvangen zij vaak, op het moment dat hun pensioenfonds overgaat naar het nieuwe stelsel, een bedrag in hun individuele pensioenvermogen.
Het is dat ene moment dat bepalend is voor de compensatie. Maar pensioenfondsen varen niet allemaal tegelijk in. Wie in deze periode van baan wisselt en daardoor verplicht van pensioenfonds verandert, kan tussen twee compensatiemomenten vallen. Bij het oude fonds is de deelnemer al uit dienst wanneer de compensatie wordt toegekend, terwijl het nieuwe fonds mogelijk al is ingevaren. Het financiële nadeel kan oplopen tot enkele tienduizenden euro’s.
De compensatieregeling heeft een logisch doel, pensioenfondsen voeren hun transitie volgens de regels uit en een deelnemer doet iets heel normaals: van baan wisselen. Toch kan juist die combinatie ertoe leiden dat iemand de compensatie misloopt. Inmiddels wordt de omvang van dit probleem in kaart gebracht en naar oplossingen gezocht.
Eén stap verder denken
In een pre-mortem zou vooraf worden aangenomen dat de compensatieregeling voor een groep deelnemers niet heeft gewerkt zoals bedoeld. Door vervolgens terug te redeneren naar mogelijke oorzaken, kan juist een ogenschijnlijk gewone baanwissel als kwetsbaarheid naar voren komen. De aandacht verschuift daarmee van de afzonderlijke regels naar de samenloop ervan in de praktijk.
Een pre-mortem biedt geen garantie dat een strategische keuze goed uitpakt, maar kan wel helpen om eerder te zien waar het mis kan gaan.
Stel dat deze strategische keuze is mislukt. Waardoor kwam dat?
Door die vraag serieus te beantwoorden, kunnen oorzaken van mislukking eerder boven tafel komen en waar mogelijk worden aangepakt. Daar zit de waarde van de pre-mortem: niet pas achteraf verklaren wat er misging, maar vooraf één stap verder denken en daardoor scherper beslissen.
Willemijn Olree is consultant Strategy bij AF Advisors. AF Advisors is deel van het expertpanel dat maandelijks een bijdrage voor Investment Officer schrijft.