De markt voor actieve ETF’s groeit snel. Nieuwe aanbieders betreden vrijwel maandelijks de markt en het productaanbod breidt zich in hoog tempo uit. Volgens Jill Rootsaert, Head of ETF Distribution Benelux bij J.P. Morgan Asset Management, brengt die groei ook een uitdaging met zich mee: beleggers moeten wel kunnen begrijpen wat ze precies kopen. “Er wordt vaak over actieve ETF’s gesproken alsof het één categorie is, maar dat is niet zo. Er zijn behoorlijke verschillen.”
Actieve ETF’s kunnen volgens Rootsaert een aantrekkelijke manier zijn om actief beheer toegankelijker en kostenefficiënter te maken, maar achter hetzelfde ETF-label gaan vaak zeer verschillende strategieën schuil. “Sommige strategieën zijn fundamenteel, andere weer kwantitatief. Er zijn strategieën die dicht bij een benchmark blijven en andere die veel meer actief risico nemen om een hoger rendement te bereiken.”
Volgens Rootsaert is de behoefte aan meer duidelijkheid één van de belangrijkste uitdagingen voor de sector. Nu steeds meer vermogensbeheerders actieve ETF’s lanceren, dreigt er verwarring te ontstaan over wat ze beleggers precies bieden.
Appels en peren
Beleggers vergelijken producten graag, maar dat is alleen zinvol wanneer de onderliggende strategieën ook echt vergelijkbaar zijn. “Vergelijken is goed. Maar als je appels met peren vergelijkt, moet je je afvragen wat het nut daarvan is.”
Daarom vindt Rootsaert het belangrijk dat beleggers verder kijken dan alleen de kosten of de recent behaalde rendementen. Wie een actieve ETF beoordeelt, moet eerst begrijpen welk doel de strategie heeft, hoeveel actief risico wordt genomen en welke benchmark of referentiegroep geschikt is voor vergelijking. “Een strategie die dicht bij de benchmark blijft, vraagt om een andere beoordeling dan een fonds dat bewust grotere afwijkingen accepteert in de zoektocht naar extra rendement.”
Actief beheer opnieuw aantrekkelijk
Volgens Rootsaert ligt een belangrijke verklaring voor de groei van actieve ETF’s op de kostenkant. ETF’s zijn al jaren populair vanwege hun transparantie en efficiëntie. Nu die structuur ook beschikbaar komt voor actieve strategieën, ontstaat er voor veel beleggers een aantrekkelijk alternatief tussen passief beleggen en traditionele actieve fondsen. “In vergelijking met actieve beleggingsfondsen kennen actieve ETF’s een veel kleinere kostenopslag ten opzichte van passief beheer. Dat kan beleggers helpen om actief beheer opnieuw te omarmen.”
Dat betekent volgens Rootsaert niet dat traditionele actieve fondsen verdwijnen. Wel ziet zij dat actieve ETF’s een laagdrempelige manier bieden om weer exposure aan actief beheer op te bouwen. Zeker voor beleggers die in de toegevoegde waarde van actief beheer geloven, maar tegelijkertijd kritisch kijken naar kosten en efficiëntie.
Volgende groeigolf: obligaties
Op dit moment bevindt het grootste deel van het vermogen in Europese actieve ETF’s zich nog in aandelenstrategieën, met name in zogeheten index-enhanced producten. Dat is volgens Rootsaert niet verrassend, omdat veel van deze strategieën al jarenlang werden toegepast door institutionele beleggers voordat ze in ETF-vorm beschikbaar kwamen.
“Toen wij in 2018 met actieve ETF’s begonnen, gebruikten we dezelfde inzichten van analisten en portefeuillebeheerders die daarvoor al binnen institutionele mandaten werden toegepast. Alleen de verpakking veranderde.”
Voor de komende jaren ziet de ETF-expert vooral kansen in vastrentende waarden. Obligatiebeleggers zijn van oudsher gewend aan de noodzaak van actief beheer. De ETF-structuur kan extra liquiditeit, verhandelbaarheid en kostenefficiëntie bieden binnen deze categorie. Met name de lage kosten zijn interessant omdat de meeste obligatiesegmenten vaak lagere rendementen kennen dan bijvoorbeeld aandelen. Ook kunnen actieve strategieën volgens haar beter omgaan met de beperkingen van traditionele obligatie-indices. “Denk aan het feit dat in een index vaak juist die partijen zijn opgenomen met de grootste uitstaande schulden. Er zijn beleggers die dat risico liever uit de weg gaan met een actieve ETF die daarop corrigeert.”