DNB gaat strenger optreden tegen instellingen die de kapitaal-en liquiditeitsvereisten niet naleven. Dat blijkt uit het recent gepubliceerde handhavingsbeleid. Dit nieuwe beleid houdt in dat DNB bij een overtreding van kapitaal- of liquiditeitsvereisten direct een formeel handhavingstraject start. Geen informele maatregelen dus, maar direct formele maatregelen, die worden gepubliceerd.
Financiële instellingen zoals vermogensbeheerders, brokers en beleggingsinstellingen, zijn onderworpen aan kapitaal- en liquiditeitsvereisten. Deze vereisten maken deel uit van een breder prudentieel kader dat is gericht op de financiële soliditeit en beheersing van risico’s van en binnen de onderneming.
Hoewel het te ver gaat om in deze bijdrage alle relevante wetgeving te bespreken, kan ter illustratie worden gewezen op de periodieke rapportageverplichtingen en de doorlopende verplichting om te allen tijde over toereikend eigen vermogen te beschikken: vereisten die voortvloeien uit IFR. Daarnaast moeten instellingen ook lagere regelgeving, zoals het Besluit prudentiële regels Wft, naleven. Sinds kort hanteert DNB een handhavingsbeleid dat specifiek is gericht op de naleving van deze kapitaal- en solvabiliteitseisen.
Nieuw handhavingsbeleid
In het persbericht van 10 maart 2026 licht DNB toe waarom zij het handhavingsbeleid in het leven heeft geroepen. Volgens DNB zijn het aantal kapitaal- en liquiditeitstekorten de afgelopen jaren toegenomen en duren de overtredingen gemiddeld langer. Volgens DNB leiden deze tekorten zelfs tot hogere toezichtkosten voor de sector. Als gevolg daarvan stapt DNB af van de informele aanpak en geeft zij in het persbericht aan ‘vaker gebruik [te] maken van haar bevoegdheden om formele maatregelen te treffen bij overtredingen’.
Het handhavingsbeleid laat zien dat DNB voortaan een getrapte handhavingsaanpak hanteert. Op grond van artikel 4 wordt bij overtreding van kapitaal- en liquiditeitsvereisten in beginsel eerst een last onder dwangsom opgelegd, met een begunstigingstermijn van (ook in beginsel) vier weken en oplopende dwangsommen tot maximaal 75.000 euro. Indien de overtreding daarna voortduurt of zich herhaalt, volgt op grond van artikel 5 in beginsel een bestuurlijke boete.
Naming and shaming
Doordat DNB voortaan nadrukkelijk inzet op formele handhavingsmaatregelen bij kapitaal- en liquiditeitstekorten, ontkomen beleggingsondernemingen ook niet langer aan de zogeheten naming and shaming-praktijk van de toezichthouder.
Concreet betekent dit dat een verbeurde last onder dwangsom in beginsel direct openbaar wordt gemaakt. Wordt geen dwangsom verbeurd, dan volgt publicatie zodra het besluit tot het opleggen van de last onder dwangsom onherroepelijk is geworden.
Voor bestuurlijke boetes geldt een strengere openbaarmakingsverplichting. Overtredingen van kapitaal- en liquiditeitsvereisten vallen momenteel in boetecategorie 3 of moeten direct gepubliceerd worden ingevolge het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector, wat meebrengt dat een boetebesluit zo spoedig mogelijk openbaar wordt gemaakt. Een uitzondering op deze regel wordt gemaakt als binnen vijf werkdagen na ontvangst van het boetebesluit een verzoek tot voorlopige voorziening ingediend wordt.
Eerdere openbaar gemaakte maatregelen
Dat DNB sinds enkele weken een openbaar handhavingsbeleid hanteert voor kapitaal- en liquiditeitsvereisten, betekent niet dat in het verleden geen sprake was van handhaving. Wie in het handhavingsarchief van DNB duikt, ziet dat beleggingsondernemingen al eerder zijn geconfronteerd met handhavingsmaatregelen wegens (met name) niet-tijdige rapportages.
Een voorbeeld hiervan is de boete van 21.600 euro uit 2024 voor een beleggingsonderneming die ruim een maand te laat was met het indienen van haar IFR-rapportage bij DNB. Een ander voorbeeld betreft een beleggingsonderneming die in 2019 eveneens ruim een maand te laat was met het indienen van haar rapportage, maar in plaats van een boete een last onder dwangsom opgelegd kreeg. Met het huidige handhavingsbeleid is de toepassing van handhavingsinstrumenten voorspelbaarder geworden, nu in beginsel wordt gekozen voor een last onder dwangsom.
Wat nog opvalt is dat de handhaving van andere kapitaaleisen – dus naast de rapportageverplichtingen – in het verleden beperkt lijkt te zijn: in 2016 en 2024 kregen twee beleggingsondernemingen boetes van respectievelijk 16.200 euro wegens onvoldoende solvabiliteit en 15.810 euro wegens een tekort aan eigen vermogen. De meest recente handhavingsmaatregel dateert van dit jaar en betreft een boete van 10.125 euro wegens herhaaldelijke kapitaaltekorten.
Met de komst van het nieuwe handhavingsbeleid ligt een intensivering van handhaving door DNB op het gebied van kapitaal- en liquiditeitsvereisten voor de hand.
Ter voorkoming van handhaving, is het daarom van belang is dat een financiële instelling de data over liquiditeit en kapitaal op orde heeft en die op een betrouwbare manier heeft vastgelegd. Ook blijft het belangrijk om periodiek te toetsen of de interne beheersing toereikend is.
Hanine Al-Nassar is advocaat bij Hart Advocaten, onderdeel van het expertpanel dat maandelijks een bijdrage voor Investment Officer schrijft.