‘Bedrog in het geding gepleegd.’ Het recente oordeel van de rechtbank Amsterdam over het handelen van toezichthouder DNB zette de financiële sector op scherp. De kwestie werd breed uitgemeten in de pers en leidde tot Kamervragen. Aanleiding om stil te staan bij ethiek in de praktijk.
De juridische procedures rondom de gedwongen overdracht van verzekeraar Conservatrix in 2017 duren al jaren. Toen Conservatrix destijds een solvabiliteitsprobleem had, greep DNB in om polishouders te beschermen. Wat DNB destijds wist, maar nergens in de onteigeningsprocedure meldde, was dat deze kapitaalversterking grotendeels zou plaatsvinden via een herverzekering, gefinancierd met middelen van Conservatrix zelf.
Processueel bedrog, oordeelde de rechtbank daar onlangs. Door het achterhouden van informatie over de herverzekering heeft de rechter destijds niet goed kunnen beoordelen of Conservatrix zichzélf met een vergelijkbare herverzekering had kunnen redden, waardoor een gedwongen overdracht mogelijk niet meer nodig was.*
Los van het juridische oordeel raakt deze uitspraak aan een fundamentele vraag: hoe ga je als toezichthouder om met informatie, transparantie en volledigheid als de belangen groot zijn?
De kwestie spitst zich toe op de integriteitsnorm ‘Misrepresentation’ (Standard I(C)), binnen de CFA Code of Ethics & Standards for Professional Conduct. Deze CFA-standaard verbiedt onwaarheden, het weglaten van feiten, en andere vaagheden waarvan men weet of had moeten weten dat zij een onjuiste voorstelling van zaken geven.
Het belang van de juiste terminologie
In de gedwongen-overdrachtsprocedure van Conservatrix was het veelvuldig gebruik van de term ‘kapitaalstorting’ misleidend. Dat DNB elders sprak van ‘kapitaalversterking’ doet daar volgens de rechtbank niet aan af, zeker omdat de term ‘herverzekering’ in de hele procedure ontbrak. Een les die we hieruit kunnen trekken is dat terminologie nooit een misleidend totaalbeeld mag creëren.
De CFA-normen voor loyaliteit en zorgvuldigheid (III-A en V-A) vereisen zorgvuldige besluitvorming op basis van een volledig feitenbeeld, inclusief de afweging of minder ingrijpende alternatieven voorhanden zijn. Juist bij een zo verstrekkende maatregel als gedwongen overdracht is die afweging cruciaal. Niet voor niets was voorafgaande goedkeuring door de rechter vereist. Die toets kon echter niet volledig plaatsvinden, omdat relevante informatie werd achtergehouden, aldus de rechtbank.
Daarmee komt ook deStandard I(D) (Misconduct)-norm in beeld, die voorschrijft dat handelen dat afbreuk doet aan de professionele reputatie, integriteit of bekwaamheid, moet worden vermeden. Dat DNB handelde in het belang van de polishouders van Conservatrix staat buiten kijf. Maar goede intenties zijn niet doorslaggevend. Ook dan kan het vertrouwen ondermijnd worden als professionele normen worden geschonden. De Conservatrix-uitspraak laat daarmee zien hoe groot het belang is van volledige en zorgvuldige informatievoorziening, juist in situaties waarin de belangen en impact groot zijn en toezichthouders onder hoge druk moeten handelen. Voor de financiële sector onderstreept de uitspraak het belang van het consistent toepassen van ethische standaarden.
* Het recente oordeel van de rechter leidde uiteindelijk niet tot het terugdraaien van het besluit tot gedwongen overdracht, omdat de aandelen destijds al zijn overgedragen en Conservatrix inmiddels failliet is verklaard. Een schadevergoedingsprocedure is nog wel mogelijk. DNB is in cassatie gegaan bij de Hoge Raad tegen het oordeel van de rechtbank.
Can Yilmaz is Regulatory & Compliance Consultant, lid van de Advocacy Committee van CFA Society Netherlands en adviseert banken en vermogensbeheerders over wettelijke verplichtingen.