Steeds meer pensioenfondsen maken stappen richting indexbeleggen, vooral voor beursgenoteerde aandelenportefeuilles. Dat is al lang geen kwestie meer van klakkeloos een brede marktindex repliceren. Wie duurzaamheid serieus wil meenemen, bouwt een index met eigen regels. En precies daar zit de bestuurlijke uitdaging: hoe houd je grip op actieve keuzes die passief worden uitgevoerd?
Wie de afgelopen jaren aan de bestuurstafel van pensioenfondsen heeft gezeten, herkent de kanteling: meer indexbeleggen, minder klassieke actieve mandaten. In een markt waarin het indexrendement sterk wordt gedreven door een klein aantal megacaps, zoals de Magnificent Seven, wordt afwijken van de markt kostbaar in termen van relatief rendement en risico. En met het oog op het nieuwe pensioenstelsel neemt de behoefte aan uitlegbaarheid van beleggingsresultaten toe: waarom wijkt de portefeuille af, hoe groot is die afwijking, en kun je dat consistent uitleggen aan deelnemers? Daarnaast verschuift het risico- en governancebudget voor actief beheer meer naar de private markten, met een focus op impactbeleggen.
Indexbeleggen wordt dus de default in publieke markten. Maar in welke vorm? Want vrijwel geen enkel pensioenfonds wil nog de grijze index kopen. Bestuurders kiezen voor indexbeleggen als uitvoeringsmodel vanwege de lage kosten, hoge transparantie en voorspelbare exposure, maar willen duurzaamheid – begrijpelijk – niet als losse tilt toevoegen. Het is een ontwerpprincipe geworden.
Concreet betekent dit dat fondsen ten opzichte van de standaard ‘grijze’ index actieve keuzes maken en die vertalen naar regels. Een deel daarvan zit in de selectie van namen zoals uitsluitingen, het beperken van controverses en het tilten op basis van ESG-scores. Ook kun je keuzes maken op portefeuilleniveau, zoals het realiseren van een CO2-reductiepad en SDG-alignment naar bepaalde focusthema’s. Het doet denken aan de verschuiving die we eerder zagen van actief multi-factorbeleggen naar smart beta: de uitvoering is op regels gebaseerd en transparant en de actieve component zit in het ontwerp van de regels. Alleen nu toegepast op duurzaamheidsdoelen in plaats van rendementsfactoren.
Deze stap naar duurzame indices met maatwerk wordt ondersteund door verschillende externe ontwikkelingen. Ten eerste: de standaardisatie van klimaatbenchmarks. Om de klimaatdoelen van het Parijsakkoord te behalen heeft de EU benchmarkmethodologieën ontwikkeld, zoals de CTB (Climate Transition Benchmark) en de PAB (Paris-Aligned Benchmark), die door veel indexproviders worden aangeboden.
Ten tweede: weet wat je bezit. Deelnemers en andere stakeholders stellen steeds vaker vragen over specifieke namen in de portefeuille. ‘We kopen de index’ is dan geen gewenst antwoord meer. Dit dwingt pensioenfondsen tot het maken van keuzes.
Ten derde: de industrialisatie van maatwerk. Indexproviders en vermogensbeheerders kunnen inmiddels veel verder gaan dan uitsluitingenlijsten: klantspecifieke thematische tilts, SDG-alignment, CO2-reductiedoelen, soms zelfs in combinatie met rendementsfactoren. Hiermee wordt het steeds makkelijker voor pensioenfondsen om in een partnership met een indexprovider of vermogensbeheerder tot een maatwerkoplossing te komen.
Maar hoe bestuur je een indexportefeuille die onder de motorkap actief is? Het Index Framework van CFA Institute biedt hiervoor handvatten. ‘Passief’ en ‘actief’ zijn niet langer zwart-wit keuzes: ook rule-based passieve producten bevatten actieve keuzes in selectie, weging en rebalancing van namen in de index. Het framework is bedoeld om die lagen van besluitvorming zichtbaar te maken. Een checklist:
- Doelen en instrumentkeuze:
Specificeer welke duurzaamheidsdoelen je nastreeft en hoe je die wilt sturen. Via selectie stuur je de namen die in je portefeuille terechtkomen en via portefeuille-optimalisatie stuur je totaaluitkomsten (bijvoorbeeld CO2-voetafdruk). Maak expliciet wat hard constraints en soft constraints zijn. - Risicobronnen en risicobudget:
Duurzaamheidskeuzes leiden vaak tot tilts naar stijlfactoren (bijvoorbeeld richting quality en weg van value). Kies of je die tilts wilt neutraliseren of bewust wilt opzoeken, en koppel dit aan een expliciet risicobudget (maximale tracking error, land-, sector- en factorlimieten). - Turnover en transactiekosten:
Hoe actiever de keuzes en veranderlijk de signalen, hoe hoger de turnover en transactiekosten. Bepaal hoeveel turnover past bij je doelstellingen en welke transactiekosten acceptabel zijn. - Stewardship:
Ontwerp engagement- en stembeleid met een escalatieladder die eindigt in een geloofwaardige ‘red line’. Ben je bereid tot desinvesteren, ook bij mega-caps die de index domineren? Leg vast wie beslist, op basis van welke criteria en binnen welke tijdslijnen. - Eigenaarschap:
Een maatwerkindex is een product dat leunt op dataproviders en methodologieën die periodiek worden geüpdatet. Wees helder over wie de producteigenaar is (fonds, uitvoerder, of indexprovider) en welke wijzigingen onder mandaat vallen versus besluitvorming vereisen.
Om als bestuurder in control te blijven is adequate monitoring essentieel. Daarin is de benchmarkkeuze bepalend voor welke resultaten je ziet. In de praktijk is een dubbele monitoring vaak het meest compleet. Hanteer de maatwerkindex als implementatiebenchmark om de uitvoering door de vermogensbeheerder te monitoren. En hanteer de standaardmarktindex als strategische benchmark om de impliciete opbrengsten, kosten en risico’s van je maatwerkindex te evalueren en uitlegbaar te houden richting deelnemers en andere stakeholders.
Jori Arts is fiduciair Adviseur bij PGB Pensioendiensten, voorzitter van de Asset Liability Management Committee en lid van de Advocacy Committee van CFA Society Netherlands.