Zelden vloeide er wereldwijd zóveel geld terug naar aandeelhouders via aandeleninkoop als in 2025. En dat terwijl duurzaamheidsdoelen door menig bedrijf werd teruggeschroefd. De boodschap is pijnlijk helder: shareholders first, sustainability second. Tegen alle verwachtingen in is het Trump die laat zien dat dit ook anders kan.
In de Verenigde Staten vloeide afgelopen jaar een duizelingwekkende 1100 miljard dollar terug naar aandeelhouders middels aandeleninkoopprogramma’s. Ook Nederland doet enthousiast mee: in de afgelopen vijf jaar kochten beursgenoteerde bedrijven voor zo’n 180 miljard euro eigen aandelen in. Ter vergelijking: dat bedrag is zes keer het Klimaatfonds van kabinet-Rutte IV en zestien keer het Nationaal Groeifonds. Ik denk dat we de miljarden voor de plannen van Wennink hebben gevonden. En dan hebben we het andere dividend nog niet eens meegeteld.
Het lijkt inmiddels de normaalste zaak van de wereld. En dát is misschien wel het grootste probleem. We lijken namelijk welhaast te vergeten dat deze praktijk tot in de jaren tachtig verboden was in de VS, omdat het werd gezien als marktmanipulatie.
Vandaag is het mainstream. Een sugar rush voor de aandeelhouder: een korte kick, zonder structurele waardecreatie. Wellicht zou je het zelfs wel kunnen zien als een brevet van onvermogen van de bestuurder, omdat deze geen plan heeft kunnen maken om het geld zelf productief te investeren.
In het licht van duurzaamheid wringt deze trend des te meer. Terwijl bedrijven op papier financieel winstgevend zijn en douceurtjes uitgeven aan aandeelhouders, creëren ze tegelijkertijd nog altijd enorme verliezen voor de maatschappij in de vorm van CO2-uitstoot, biodiversiteitsverlies, onderbetaling en gezondheidsschade. Volgens onderzoekers telt dit maatschappelijk verlies op tot wel 66 procent van de bedrijfswinsten van beursgenoteerde bedrijven. Niet omdat er geen geld is, maar omdat het de verkeerde kant op stroomt.
Willen we een markt die ‘by design’ voor duurzaamheid werkt, dan is een andere volgorde cruciaal.
Donald Trump heeft dit haarfijn door. Hij gebruikte deze logica echter niet voor duurzaamheid, maar voor defensie. Trump heeft namelijk enkele dagen geleden, vrijwel uit het niets, Amerikaanse defensiebedrijven verboden dividend (stock en cash) uit te keren, totdat ze de productiviteit verhogen. Marktverstorend? Absoluut. Maar de logica is helder: publieke doelen eerst, private uitkeringen later.
Voor duurzaamheid kan dit net zo goed werken.
Zo zouden we kunnen bepalen dat aandeleninkoop pas is toegestaan wanneer een bepaald, objectief duurzaamheidsniveau (in lijn met Parijs) wordt gehaald. Of: hoe minder duurzaam de onderneming, hoe hoger de dividendbelasting, ter compensatie van de geleden maatschappelijke schade. En wanneer een bedrijf aanspraak maakt op publieke subsidies voor duurzaamheid, is het alleen maar logisch dat dit bedrijf tijdelijk niet is toegestaan de eigen aandelen in te kopen.
Wellicht iets voor het nieuwe regeerakkoord?
Uiteraard kan dit niet van de ene op de andere dag worden geïmplementeerd, zoals Trump wel deed. Een graduele implementatie zou verstandiger zijn. Op die manier garanderen we dat duurzaamheid chef sache is voor elke onderneming en niet slechts een vrijwillige, morele modetrend in financieel betere tijden. Zo prikkelen we bedrijven om rendement te maximaliseren binnen planetaire en sociale grenzen. En maken we dividend weer waar het voor bedoeld is: geen sugar rush, maar een beloning voor duurzame langetermijnwaardecreatie.
Werner Schouten is directeur van de Impact Economy Foundation en schrijft maandelijks voor Investment Officer over de economische keuzes achter grote maatschappelijke vraagstukken, en de rol van kapitaal en beleid daarin.