Han Dieperink
Column

De staart zwaait met de hond

Op de beurs herhaalt de geschiedenis zich niet, maar ze rijmt ze wel. 

Neem Long-Term Capital Management, in 1994 opgericht door enkele van de slimste koppen van Wall Street, met twee Nobelprijswinnaars en het beroemde Black-Scholes-Merton-model. Even leek het onfeilbaar. Maar in 1998, na een crisis in Rusland, viel het fonds bijna om. Onder regie van de New York Fed schoten veertien grote banken te hulp met 3,6 miljard dollar. Eén bank weigerde mee te doen: Bear Stearns. De ironie kwam later. Diezelfde bank had in 2007 zelf twee fondsen die met veel geleend geld en een keurig risicomodel jarenlang hoge rendementen boekten. Tot de huizenmarkt keerde en ze in enkele weken klapten. Een jaar later viel Bear Stearns als een van de eerste banken zelf om. Wat LTCM sloopte, was niet het slimme model. Het was de hefboom eronder.

Het model dat de staart onderschatte

Datzelfde jaar gebeurde het opnieuw, nu met Lehman Brothers. Ook hier stond het VaR-model centraal, bedoeld om risico te meten. Het ging uit van een nette verdeling en onderschatte de kans op extreme uitslagen, de zogeheten dikke staarten. In de kredietcrisis van 2008 spraken de wiskundigen van Wall Street daarover. Ze beschreven gebeurtenissen die statistisch maar eens in de tienduizend jaar zouden moeten voorkomen. Toch maakten ze er in één week zomaar drie mee. Sommigen spraken zelfs van een vorm in hun grafieken die volgens de theorie niet kon bestaan, de zogenoemde convexity smile. Het model klopte op papier, tot de werkelijkheid zich er niets van aantrok. En opnieuw was het de hefboom die de klap uitvergrootte.

Nu is AI de heilige graal

Vandaag heeft het genie een nieuwe naam. Een jonge oud-onderzoeker van OpenAI schreef in 2024 een spraakmakend essay over de komst van slimme machines. Zijn visie maakte zoveel indruk dat sommigen hem de Nostradamus van AI gingen noemen. Daarna begon hij een fonds dat volledig op die AI-belofte was gebouwd. Kunstmatige intelligentie was deze keer de heilige graal voor superbeleggers. Maar een paar dagen geleden ging het mis. Van ongeveer 45 miljard dollar bleef in dagen nog een fractie over. De oorzaak was een gerapporteerde hefboom tot wel 400 procent. Toen de AI-aandelen daalden, kwamen de margeverzoeken: de eis om snel extra geld bij te storten. Hij moest zijn posities gedwongen en met flinke korting verkopen. Misschien heeft hij op de lange termijn helemaal gelijk over AI. Maar op de beurs moet je eerst de korte termijn overleven. Het fonds heette Situational Awareness, maar de enige situatie die telde, ontging deze profeet.

Onaantastbaar, tot de hefboom toeslaat

Wat deze verhalen delen, is meer dan een slim model. Kijk eerst naar de aura eromheen. LTCM werd geleid door Nobelprijswinnaars. Bear Stearns werd vlak voor de val nog geroemd als de meest bewonderde effectenfirma van Wall Street, in een ranglijst die juist ook de kwaliteit van het risicomanagement beoordeelde. En Aschenbrenner gold als de Nostradamus van deze tijd. Telkens leek de hoofdpersoon onaantastbaar. En telkens werd juist die schijnbare onoverwinnelijkheid, in combinatie met een hefboom, steevast afgestraft.

Want dat is het gevaarlijkste kenmerk van een hefboom: u verliest uw eigen autonomie. Niet u bepaalt wanneer u verkoopt, maar uw financier. Vaak op het slechtst denkbare moment. Op zo’n moment geldt genadeloos: rien ne va plus, het geld is niet meer van u. Met een hefboom zoekt u de dikke staarten en de scheve verdelingen juist op. En de beurs lijkt gemaakt om precies deze zelfverzekerde beleggers in hun hemd te zetten.

De staart zwaait met de hond

Normaal bepalen uw eigen keuzes het rendement: uw analyse, uw geduld, uw visie. Dan zwaait de hond met de staart. Maar met een grote hefboom bepaalt de stemming van de markt het rendement. Een tijdelijke daling wordt dan dodelijk, ook als u gelijk heeft. De staart zwaait met de hond. Je kunt volkomen gelijk hebben en toch alles verliezen, omdat je niet zelf bepaalt wanneer het spel stopt. Zonder hefboom houdt u de regie in eigen hand en kunt u lang genoeg blijven zitten om gelijk te krijgen.

En er is ook goed nieuws. Zodra de gedwongen verkopen achter de rug zijn, blijft een schone markt over. Juist dan volgt vaak het herstel. De veertien banken die in 1998 de posities van LTCM overnamen, verdienden er een jaar zo’n 10 procent op, omdat ze kochten toen alle anderen moesten verkopen. En de Grote Financiële Crisis van 2008 werd de aftrap van een van de grootste bull-markten ooit. Nu de hefboom noodgedwongen uit de AI-handel verdwijnt, gloort er een zonnige toekomst voor AI-aandelen. Voor wie geen geld leende, is de uitverkoop van vandaag de kans van morgen.