Vijf jaar geleden kreeg ik de vraag of ik over de verhouding tussen markt en staat een maandelijkse column wilde schrijven voor wat toen nog Fondsnieuws heette. Ik heb het vijf jaar met veel plezier gedaan en eind vorig jaar bedacht dat het fijn is om te stoppen terwijl het nog leuk is om te doen. Dit is dus mijn laatste column voor Investment Officer.
Ik heb het thema ‘verhouding tussen markt en staat’ altijd ruim opgevat. Alles wat de economie betreft, gaat immers ook over de verhouding tussen markt en overheid. De overheid bepaalt op alle mogelijke manieren het speelveld waar binnen de markt kan opereren.
Als ik de columns teruglees, heb ik het vooral gehad over hoe we ons verhouden tot de toekomst. Zowel in de markt als binnen de overheid. Een toekomst die zowel ongewisheden als zekerheden bevat. Die zekerheden zijn bijvoorbeeld de eindigheid van de systeemdiensten die onze planeet kan leveren. Of de demografie van de vergrijzing, met al zijn consequenties voor de samenleving en de arbeidsmarkt. Zo’n zekerheid is ook dat het zwaartepunt van de wereldeconomie de komende decennia verder verschuift naar Azië, en de VS zich daar al vechtend en spartelend uiteindelijk bij neer zal moeten leggen.
Op al deze zekerheden kun je en moet je je voorbereiden. Dat betekent ook belangrijke keuzes maken over wat je wel en niet zult doen. Het is opvallend hoe vaak ik in mijn columns een verzuchting heb uitgesproken over het onvermogen van de Nederlandse politiek om dergelijke keuzes te maken.
Voor het bedrijfsleven is het cruciaal dat de overheid richting geeft; en ruimte natuurlijk. Dat hebben we de afgelopen jaren te weinig gezien. De richting niet, en de ruimte ook niet. Nederland is een beetje vastgelopen in een complex regelstelsel en in ammoniak. Maar dat betekent niet dat het bedrijfsleven in de wachtstand kan gaan staan tot de overheid uiteindelijk toch in beweging komt. Het betekent vooral dat de markt zelf op zoek moet gaan naar een verstandige voorbereiding op alle zekere ontwikkelingen die de toekomst met zich meebrengt.
Dat is best spannend, want de markt bestaat uit zowel gevestigde partijen als nieuwkomers, waarbij de gevestigde partijen weinig ophebben met de toekomst en onderzoek ook laat zien dat zij zich daar relatief slecht op voorbereiden. Tegelijkertijd zijn de gevestigde belangen vaak een remmende kracht bij beleidsontwikkeling die zich richt op de toekomst.
Weerbaarheid opbouwen
Naast zekerheden biedt de toekomst natuurlijk ook veel onzekerheid. We weten niet wanneer en hoe de volgende pandemie zal toeslaan. Het is ook moeilijk om een voorstelling te maken van de effecten van de zich heel snel ontwikkelende digitale wereld op de echte wereld. Of van het politieke krachtenveld nu de burgers in veel landen beginnen te aarzelen over het nut van de democratie. Of van de gevolgen van de afbraak van de internationale rechtsorde die de Amerikaanse president Trump heeft ingezet.
Onzekerheid vraagt om het ontwikkelen van weerbaarheid. En ook dat is een zaak die zowel de overheid als de markt raakt. Het nieuwe DenkWerk-rapport dat op 20 januari uit zal komen beschrijft de urgentie om gezamenlijk binnen Europa te werken aan geopolitieke weerbaarheid, om te vermijden dat wij geplet worden tussen hamer en aambeeld in de strijd van de VS en China om de economische wereldhegemonie.
Dat is ook een enorme uitdaging voor de Europese industrie, die her en der, bijvoorbeeld in het ‘Eurostack’-initiatief, al wordt opgepakt. Maar weerbaarheid betekent ook dat je niet klakkeloos vertrouwt op mondiale logistieke ketens omdat die kunnen haperen, zoals de Duitse auto-industrie recent weer heeft mogen ervaren met het tijdelijk wegvallen van de Nexperia-chips.
Een mooie toekomst
Iedere dag wordt een stukje toekomst werkelijkheid. Dat levert veranderingen op. Van veranderingen moet je een beetje kunnen houden. Als je liever kiest voor het bestaande en je afkeert van verandering, doe je je eigen toekomst tekort. Ik wens u een heel mooie toekomst en wil u bedanken voor uw rol als lezer.
Bernard ter Haar heeft als topambtenaar gewerkt op de ministeries van Financiën en SZW. Op dit moment is hij bestuurder bij NLFI. Ter Haar schrijft maandelijks voor Investment Officer over de relatie tussen overheid en markt. Dit is zijn laatste column.