Waar in de eerste helft van 2025 de allocatie naar Europese aandelen grotendeels de hoogte van het rendement bepaalde van de beheerportefeuilles van de grootste Nederlandse banken, waren in de tweede jaarhelft sectorallocatie en aandelenselectie meer bepalend. Posities in opkomende markten droegen positief bij.
Dat blijkt uit het halfjaarlijkse onderzoek van Investment Officer naar de neutrale beheerportefeuilles van ABN Amro, ING, InsingerGilissen, Rabobank en Van Lanschot Kempen. Het onderzoek gaat uit van een klant met een te beleggen vermogen van 1,5 miljoen euro.
Alle banken eindigden met hun neutrale portefeuilles overtuigend in de plus, al loopt het onderlinge verschil op tot ruim 3 procentpunt. ING haalde over 2025 het hoogste nettorendement en relatieve rendement, van respectievelijk ruim 6 procent en meer dan 1 procent. Ook InsingerGilissen bleef de eigen benchmark voor, het nettorendement van de bank kwam op bijna 5 procent.
Rendementen grootste Nederlandse private banken in 2025
In een toelichting spreken experts van ABN Amro, ING, InsingerGilissen, Rabobank en Van Lanschot Kempen van een sterk jaar voor aandelen en beperkte rendementen voor obligatiebeleggers. 2025 stond in het teken van oplopende geopolitieke spanningen, onzekerheid en wisselende economische signalen, maar zoals fiduciair beheerder Maarten Kneepkens van Van Lanschot Kempen het verwoordt: ‘Hoewel het sentiment onrustig bleef, zagen wij geen fundamentele verslechtering van het economische beeld.’
Hoofd beleggingsstrategie Taoufik Boussebaa van Rabobank wijst op de handelsakkoorden die de meest sombere scenario’s van tafel hebben gehaald. ‘Daardoor is de groei van de wereldeconomie veel minder afgeremd dan aanvankelijk werd gevreesd en zien we ook geen grote opleving van de inflatie’, aldus Boussebaa. ‘Daarbovenop komt het aanhoudende optimisme rond AI, waar duizelingwekkende bedragen in worden geïnvesteerd. Uiteindelijk draait het voor beleggers om de winstgevendheid van beursgenoteerde bedrijven. En die is overeind gebleven, ondanks alle onzekerheid.’
Dat weerspiegelt zich in de assetallocatie van de banken. Rabobank bleef de gehele tweede jaarhelft - zoals ook de eerste jaarhelft - overwogen aandelen. ABN Amro en InsingerGilissen verhoogden in de zomer hun positie in aandelen van neutraal naar overwogen, Van Lanschot Kempen deed dat in oktober. Alleen ING maakte een tegengestelde beweging: de bank bracht haar door koerswinst ontstane overweging in aandelen in oktober terug naar neutraal. Aan het jaareinde had ING daarmee de kleinste aandelenpositie, een weging van bijna 46 procent.
Vier van vijf overwogen in Amerika
De regio-allocaties van de banken lopen sterk uiteen. Strategisch beleggen ING, Rabobank en Van Lanschot Kempen het meest in Noord-Amerika, met een weging van meer dan 65 procent. InsingerGilissen en ABN Amro hanteren een strategische allocatie naar de regio van respectievelijk bijna 59 procent en ruim 36 procent. Tactisch hadden alle banken behalve ING en Rabobank eind vorig jaar een overweging naar Noord-Amerika. Bij InsingerGilissen droeg het koersherstel van Amerikaanse aandelen in de tweede jaarhelft sterk bij aan het rendement, volgens senior portfolio manager Gerwin Griffioen.
ING had in plaats daarvan een overweging naar Europa, bijna 21 procent ten opzichte van de strategische allocatie van bijna 15 procent. Volgens investment manager Nathan Levy had die zwaardere weging een positief effect van 1,3 procent op het rendement van de aandelenportefeuille. ABN Amro, die in de eerste jaarhelft profiteerde van haar strategische (50 procent) én tactische voorkeur voor Europa, voelde een ‘licht negatief regio-effect’, volgens senior equity manager Paul van Doorn.
Opkomende landen en financiële waarden
Op regionaal vlak noemen verschillende banken opkomende landen als positieve bijdrage. Van Doorn van ABN Amro spreekt van ‘een duidelijk positief resultaat in zowel absolute als in relatieve zin versus de benchmark’. Ook in de portefeuille van Van Lanschot Kempen presteerden aandelen uit opkomende landen ‘duidelijk beter’ dan andere beleggingscategorieën in de tweede jaarhelft. ‘Vooral Chinese technologieaandelen lieten sterke koersstijgingen zien’, resumeert Maarten Kneepkens. ‘Deze bedrijven onderscheiden zich steeds meer op het gebied van AI, een trend die beleggers positief waarderen.’
InsingerGilissen breidde vanaf begin juni in stapjes de weging van aandelen uit opkomende markten uit. Griffioen: ‘Op basis van aantrekkelijke waarderingen, de zwakte van de Amerikaanse dollar en de stimuleringsmaatregelen in China. Hiermee werd ook het gewicht van Aziatische technologiebedrijven, die kunnen profiteren van belangstelling in kunstmatige intelligentie, in de portefeuille verhoogd. Met deze aanpassingen profiteerde de aandelenportefeuille van het sterke herstel van opkomende markten.’
Rabobank had eind 2025 ook een tactische overweging naar aandelen uit opkomende landen, maar Boussebaa noemt vooral de keuze om in de tweede jaarhelft het accent te verleggen van defensieve segmenten naar techbedrijven en Amerikaanse banken als positieve bijdrage aan het aandelenrendement. Overigens bleef de aandelenportefeuille van de bank per saldo wat achter op de benchmark, doordat de defensieve strategieën in het 1895 Macrofonds minder presteerden dan de MSCI ACWI. Binnen het 1895 Themafonds noteerde het thema ‘gezonde leefstijl’ een duidelijke min - vanwege hoge kosten voor farmaceuten en de kritische houding van de Trump-regering ten opzichte van vaccinaties. Het thema duurzame energie profiteerde wél, voornamelijk dankzij de extra vraag naar groene stroom die volgt op de explosieve groei van AI.
ING profiteerde op sectorvlak van onderwogen posities in energie en dagelijkse consumentengoederen en van overwogen posities in IT en communicatiediensten. Daarnaast leverde het selectie-effect binnen aandelen een positieve bijdrage van 2,4 procent aan het aandelenrendement, volgens Levy. Onder meer de posities in consumentenbedrijven Prosus en Alibaba, in financiële waarden Intesa Sanpaolo en BNP Paribas en industriegoederenbedrijf Siemens hielpen de aandelenportefeuille aan een overrendement.
Ook bij ABN Amro droeg de overweging in financiële instellingen positief bij, net als de zwaardere weging in industriebedrijven. Hoewel de selectie van de bank voor het gehele jaar ongunstig uitpakte voor het rendement, deed de bank wel goede zaken in het bankensegment, waar sterke rendementen van de Zuid-Europese banken Santander en Intesa een duidelijke positieve bijdrage leverden. Het ESG-karakter van het ABN-mandaat drukte dit jaar de performance van de aandelenportefeuille. Daardoor zijn bepaalde delen van de markt namelijk niet of nauwelijks belegbaar. Van Doorn: ‘Het gaat vooral om aandelen gerelateerd aan defensie, goud en bepaalde technologie gerelateerde aandelen, segmenten die gaandeweg het jaar juist erg sterke rendementen noteerden.’
Maarten Kneepkens van Van Lanschot Kempen noemt 2025 ‘een lastig jaar voor actieve aandelenselectie’, vanwege de smalle markt. De bank heeft een voorkeur voor kwaliteitsaandelen en juist deze stijl blijft al een tijd achter. Opmerkelijk, oordeelt Kneepkens, gezien de sterke bedrijfsresultaten van deze bedrijven bij stevige winstmarges en lage schulden.
Obligaties
Bij verschillende banken hebben opkomende markten ook aan obligatiezijde positief bijgedragen aan het rendement. ‘Een zwakkere Amerikaanse dollar was gunstig voor deze beleggingscategorie’, aldus Kneepkens. Boussebaa noemt schuldpapier van opkomende markten ‘de favoriete categorie’ van Rabobank en ook InsingerGilissen profiteerde van haar positie in EMD.
Bij Rabobank haalde de obligatiestrategie ruim 2,5 procent extra rendement ten opzichte van de benchmark. Het loonde volgens Taoufik Boussebaa om buiten de eurozone te beleggen en om kredietrisico te nemen. ‘De stevige outperformance komt vooral vanuit investment grade bedrijfsobligaties en hoogrentende obligaties. De weging van beide categorieën hebben we kort na de zomer verhoogd, en dat pakte goed uit. Binnen hoogrentende obligaties waren convertibles de absolute uitblinkers.’
Bij ABN Amro presteerde de portefeuille van hoogwaardige obligaties in 2025 ‘positief, maar iets onder de benchmark’. Van Doorn: ‘Onze lichte underperformance komt door de overwogen duration-positie, die we geleidelijk afbouwden in 2025. We hadden verwacht dat de ECB in 2025 verder zou gaan met renteverlagingen en kozen daarom voor een hogere rentegevoeligheid.’
ING en InsingerGilissen haalden beide een overrendement met de obligatieportefeuille. ING dankt dat vooral aan de positionering binnen staatsobligaties volgens Nathan Levy, met onder meer inflatie-gekoppelde obligaties en de fondsen Robeco Euro Government Bonds en BlueBay Investment Grade Euro Government Bond Fund. Ook het ABS-fonds van Morgan Stanley en bedrijfsobligatiefondsen van Morgan Stanley en Pimco droegen bij.
Bij InsingerGilissen profiteerden de beleggingen in bedrijfsobligaties en high yield obligaties van lagere risico-opslagen. Ook de beleggingen in Amerikaanse staatsobligaties (met afgedekt valutarisico) presteerden vanaf mei sterk, onder invloed van de verwachting van meer renteverlagingen door de Fed.
Benchmarks modelportefeuilles banken 31 december 2025
Verantwoording
Investment Officer onderzoekt sinds 2018 de meest gebruikte neutrale fondsenportefeuilles van ABN Amro, ING, InsingerGilissen, Rabobank en Van Lanschot Kempen voor vermogensbeheerklanten met een belegd vermogen van 1,5 miljoen euro. Alle vijf deelnemende banken leveren voor dit onderzoek gedetailleerde, actuele informatie aan. De invulling van de portefeuilles verschilt per bank. ABN Amro levert de resultaten van het ESG Beleggen Mandaat, ING het ING Select Fund, InsingerGilissen de Beheerstrategie Bewust Gebalanceerd, Rabobank die van Rabobank Beheerd Beleggen Exclusief en Van Lanschot Kempen van de portefeuille Actief.