Dit artikel wordt u aangeboden door Schroders.

Schroders: "Hoe kan je het beste AI-beleggingsrisico’s afdekken?"

Kunstmatige intelligentie (AI) belooft een omwenteling van het kaliber industriële revolutie. Maar beleggers mogen ook een ongemakkelijke vraag stellen: wat als het tegenvalt? Of: wat als het wél lukt, maar de beurskoersen die toekomstige successen al grotendeels hebben ingeprijsd? Volgens Duncan Lamont, hoofd research bij Schroders, is de blootstelling van veel portefeuilles aan AI groter dan beleggers beseffen. En zelfs beleggingen die traditioneel als ‘safe haven’ golden, blijken inmiddels mee te deinen op de AI-golf. 


 

Wie in Amerikaanse aandelen belegt, blijkt vaak veel zwaarder op technologie te leunen dan gedacht. Tel je Amazon en Tesla (‘consumer discretionary’), én Alphabet en Meta  (‘communication services’) mee, dan zit bij veel beleggers grofweg de helft van de aandelenbeleggingen in feite in ‘tech'. Dat aandeel is de afgelopen jaren gestaag opgelopen. Nvidia spant daarbij de kroon: met een free-float marktkapitalisatie van circa $4,5 biljoen en een weging van 5,5% in de MSCI World is het bedrijf inmiddels groter dan elke andere ontwikkelde aandelenmarkt afzonderlijk.

 

En wie denkt dat een wereldwijde aandelenportefeuille wél voldoende spreidt, komt volgens de auteur bedrogen uit. Aangezien de VS inmiddels meer dan 70% van de ontwikkelde wereldmarkt uitmaakt, zijn wereldbeleggers nauwelijks beter af. De lang gekoesterde overtuiging dat een goedkope, passieve wereldtracker automatisch voor diversificatie zorgt en voorkomt dat je te veel eieren in één mand legt, dient snel heroverwogen te worden.

 

Er zijn tal van voorbeelden van sectoren en thema’s die inmiddels in hoge mate verweven zijn met AI. Alles bij elkaar hebben beleggers in Amerikaanse aandelen de afgelopen jaren uitstekend verdiend aan die blootstelling, maar daarmee hebben ze ook een forse, geconcentreerde inzet opgebouwd op één verhaal: AI. En dat herbergt een risico.

 

Kun je het risico afdekken zonder je aandelen van de hand te doen?

Lamont probeert niet te betogen dat AI zal mislukken of dat AI-gerelateerde bedrijven per definitie te duur zijn. Zijn vraag is praktischer: hoe bescherm je je portefeuille tegen AI-risico’s zonder je aandelenbeleggingen op te geven?


 

Internationale spreiding is een eerste route. 2025 liet de voordelen daarvan zien: Europese aandelen excl. VK, het VK, Japan en opkomende markten presteerden in dollars respectievelijk 37%, 35%, 25% en 34%, tegen 18% voor de VS. Maar de geruststelling is niet compleet. AI is overal. Ook buiten de VS hebben ‘AI-aandelen’ uitzonderlijk gepresteerd en vormen ze een groot deel van lokale markten. TSMC is bijvoorbeeld 11% van MSCI Emerging Markets en maar liefst 58% van de Taiwanese markt. De vier grootste EM-aandelen daarna, Tencent, Samsung Electronics, Alibaba en SK Hynix, zijn eveneens expliciet aan AI gelinkt. Niet-Amerikaanse markten zijn weliswaar goedkoper dan de VS en hebben inhaalpotentieel, maar dat betekent niet automatisch dat ze bescherming bieden bij een AI-gedreven uitverkoop.

Ook klassieke sectorrotaties zijn lastiger geworden nu AI door meerdere sectoren heen sijpelt. Dan blijft de vraag: welke vorm van spreiding werkt wél?


Waardeaandelen bewegen minder mee met AI-aandelen

Waardeaandelen blijken de afgelopen tijd opvallend weinig mee te bewegen met AI-aandelen. Nog interessanter wordt het als je inzoomt op kwartalen waarin halfgeleiders - een goede graadmeter voor de ‘AI-trade’ - onder druk stonden. In die kwartalen bleven waardeaandelen gemiddeld genomen ongeveer stabiel, terwijl halfgeleiders gemiddeld 12% daalden. In zwaardere correcties, waarin halfgeleiders 5% of meer verloren, liep het gemiddelde verlies voor de sector op tot 15%, waardeaandelen gingen gemiddeld slechts 1% omlaag.


In dalende AI-markten doen waardeaandelen het beduidend beter

Een verklaring ligt in de ‘margin of safety’ waar waardebeleggers van profiteren: zij kopen bedrijven tegen lagere waarderingen. Door alleen een relatief lage prijs te betalen ten opzichte van conservatieve inschattingen van winst of activawaarde, vermijden ze juist die delen van de markt waarvoor stevige groeiverwachtingen nodig zijn om de koers te rechtvaardigen. Als speculatief opgelopen segmenten terugvallen, blijken waardeaandelen daarom vaak minder kwetsbaar.


De analyse is gebaseerd op Amerikaanse waardeaandelen, maar in het huidige klimaat is de redenering volgens Lamont zelfs sterker buiten de VS. Als beleggers Amerikaanse aandelen links laten liggen, bijvoorbeeld vanwege hoge waarderingen, dan krijgen zowel Amerikaanse groei- als waardeaandelen klappen, zij het in verschillende mate. Waardeaandelen buiten de VS zouden in zo’n scenario naar verwachting weerbaarder zijn.


Let op: passief waardebeleggen helpt waarschijnlijk niet

Daar zit wel een belangrijke waarschuwing bij. De verschuiving van actief naar passief beleggen is een van de grootste gedragstrends van het afgelopen decennium. Maar juist in deze situatie dreigt passief beleggen teleur te stellen. Veel waarde-indices bevatten namelijk forse posities in dezelfde AI-bedrijven die beleggers nu juist proberen te mijden.

 

Dat is geen toeval. Veel van deze indices zijn zo ontworpen dat ze niet te ver afwijken van de brede markt, precies wat veel beleggers willen. Bovendien worden sommige aandelen op basis van kenmerken deels aan een waarde-index en deels aan een groei-index toegedeeld, waardoor er veel overlap ontstaat. Veel beleggers die passieve value-strategieën gebruiken, realiseren zich vermoedelijk niet dat ze daarmee alsnog aanzienlijke bedragen alloceren naar partijen als Alphabet, Amazon, Meta, Microsoft en zelfs Tesla. Dat kan een onaangename verrassing worden.

 

De zogeheten ‘pure value’-index die in de eerdere analyse werd gebruikt, werkt anders: die selecteert uitsluitend de goedkoopste aandelen in de S&P 500 en weegt ze op waarde-kenmerken in plaats van op omvang. Dat levert een veel duidelijker afwijkende portefeuille op, en dus potentieel meer spreiding. Maar het kent ook een risico: zo’n index houdt geen rekening met de vraag of aandelen goedkoop zijn om een goede reden. Goedkoop ten opzichte van het verleden is niet automatisch aantrekkelijk. De kans is reëel dat sommige ‘pure value’-aandelen simpelweg tegenvallers blijken.

 

Waarom actief waardebeleggen volgens Schroders het meest logisch is

Lamont ziet daarom vooral een rol voor actief beheer. Een actieve waardebeleggingsaanpak kan de diversificatievoordelen van ‘pure value’ benutten - lage correlatie met AI, meer veerkracht in AI-dalingen - terwijl de beheerder tegelijk waarde-vallen probeert te vermijden. Het doel is niet ‘goedkoop om het goedkoop’, maar goedkoop ten opzichte van een realistische waardering.

 

Zo ontstaat een beleggingsportefeuille die volgens Lamont drie dingen combineert: een geloofwaardige kans om goed te presteren als AI teleurstelt, behoud van het langetermijnrendementspotentieel van aandelen, én ruimte om mee te blijven doen als de AI-bullmarkt doorzet. In een wereld waarin ‘AI’ steeds vaker een factor blijkt in elke sector, is dat misschien wel de belangrijkste les: spreiding is geen productlabel, maar een bewuste keuze.


Lees meer in het artikel Is everything becoming AI – and how can you respond without selling equities? van Duncan Lamont, hoofd research bij Schroders.