In mijn gezin geniet ik dagelijks van tieners in de puberteit, variërend van vurige discussies en frustraties tot apathisch bankhangen. Ook in mijn werk zie ik tekenen van deze puberteit: vijftien jaar geleden stond duurzaam beleggen nog in de kinderschoenen, nu zitten we duidelijk in de tienerjaren.
De eerste overeenkomst die ik zie, gaat over het ‘erbij horen’. Recent publiceerde NZAM de nieuwe lijst van bedrijven die dit initiatief onderschrijven, waaruit bleek dat enkele grote namen ontbraken, zoals Invesco en Franklin Templeton, of slechts een deel van hun activiteiten hadden aangemeld, zoals Wellington en Columbia Threadneedle. Dit was niet geheel verrassend, na het eerdere vertrek van Blackrock en de tijdelijke onderbreking van het initiatief. Na de wijzigingen in het ‘commitment’ in oktober volgde immers een periode waarin leden zich konden afmelden.
Voor beleggers rijst de vraag: hoe erg is het als hun vermogensbeheerder zich terugtrekt? Wat zegt het vertrek uit NZAM over de daadwerkelijke koers die een bedrijf vaart? Hoe belangrijk vind je dat voor de diensten die jij van deze partij afneemt? En hoe toets je dan of ze nog steeds aan je wensen voldoen?
De Zweedse verzekeraar Länsförsäkringar vroeg haar vermogensbeheerders begin maart om zich (toch weer) bij NZAM aan te sluiten, of anders via andere wegen duidelijk kenbaar te maken wat hun ambities zijn – bijvoorbeeld via het Science Based Targets Initiative (SBTi) of andere publieke, bedrijfsbrede doelstellingen. Wanneer vermogensbeheerders niet aan hun wensen voldoen, brengt dit hun positie als fondsbeheerder in gevaar. Natuurlijk is het lastig en tijdrovend om deze checks te doen, maar het illustreert hoe belangrijk het is om niet meer alleen te blijven denken in randvoorwaarden, maar in doelen. Dus niet de randvoorwaarde ‘lid van NZAM’ is wat telt, maar het doel: ‘vermogensbeheerder heeft een geloofwaardig beleid om bij te dragen aan het tegengaan van klimaatverandering’.
Want met alleen focussen op wat we niet willen, brengen we onvoldoende verandering teweeg. Ook dat is bij ons thuis een uitdaging: ik zeg regelmatig ‘niet de hele dag op het scherm zitten, niet onderuitgezakt op de bank hangen, niet zo ongezond eten’, terwijl ook ik me beter kan richten op wat ik dan wél verwacht, en waarom.
Het draait om wat je doet, niet wat je laat
Eind februari deed Urgewald samen met Finanzwende en Facing Finance een onderzoek naar de mogelijke consequenties van de nieuw voorgestelde SFDR-regels. Een bedrag van 8,9 miljard euro zou moeten worden verkocht door beleggingsfondsen vanwege blootstelling aan fossiele brandstoffen die niet past bij de nieuw voorgestelde regels. Dat is een aanzienlijk bedrag, waar komt dit vandaan? Passen deze bedrijven nu dan wel bij de strategie van deze fondsen? Zijn ze onterecht of terecht door de screening heen gekomen, omdat ze wellicht wel een ambitieus en geloofwaardig transitieplan hebben? Of zijn de huidige uitsluitingscriteria van deze fondsen dan te vrijblijvend? Ook hier zou ik graag zien dat de focus zich verplaatst, met minder nadruk op waar je niet in wil beleggen. Richt je er vooral op of het selectieproces leidt tot bedrijven die wél bijdragen aan het doel dat een fonds nastreeft. Want als je wil dat er iets verandert, dan draait het vooral om wat je doet, niet om wat je laat.
Aanscherping van regels rondom uitsluiting kan overigens wel degelijk bijdragen aan meer transparantie en bewustzijn. Een andere herkenbare pubereigenschap is immers het opzoeken van grenzen. Hoe ver kan ik gaan, waar ligt de echte norm? Ook in duurzaam beleggen zien we dat terug. Nieuwe regels rondom SFDR, naamgeving en uitsluitingen geven meer duidelijkheid via definities en drempelwaarden. Tegelijkertijd ontstaat het risico dat de discussie verschuift naar wat formeel nog kan, in plaats van wat inhoudelijk wenselijk is. Wordt het doel wel bereikt wanneer een fonds precies binnen de regels blijft, maar de onderliggende beleggingen nauwelijks bijdragen aan de beoogde transitie? Volwassenheid betekent dat je regels niet alleen naleeft, maar ook de geest ervan respecteert, en dat je bereid bent verder te kijken dan de minimale vereisten.
Op de bank blijven hangen
De laatste gelijkenis gaat over de verschillende houdingen van pubers. De een is ambitieus en actief, met heldere doelen en vastbesloten hiervoor te gaan. De ander twijfelt veel en wacht liever passief af. Vooral als het even niet lukt. Ook dat zie ik in de markt, als gevolg van de geopolitieke ontwikkelingen en het uit de VS overwaaiende anti-ESG-sentiment. De een is vocaal en standvastig op het gebied van duurzaamheidsambities, de ander maakt pas op de plaats of heroverweegt zelfs de keuzes die reeds zijn gemaakt. Of men beweegt onopvallend stilletjes vooruit.
Ook hierbij is de vraag: wat is het beoogde doel? Zeker voor klimaatverandering blijft de urgentie om in actie te komen hoog, zowel vanuit risicobeheer als vanuit het perspectief van een duurzamere toekomst. Misschien is dat wel de kern van deze puberteitsfase: zoeken naar identiteit, grenzen verkennen en positie bepalen. Kiezen waar je bij wil horen, duidelijke regels hanteren en soms twijfelen aan eerder gemaakte keuzes horen daarbij.
Maar uiteindelijk draait volwassenwording om consistentie tussen ambitie en gedrag. Implementatie en daadwerkelijke portefeuilles moeten aansluiten bij de beoogde doelen en intenties. Die stap van puber naar volwassene vraagt om duidelijkheid, doorzettingsvermogen en de bereidheid om keuzes consequent door te voeren. Ook als de omgeving beweegt. Hoe je dit aanpakt, verschilt per persoon of organisatie – maar passief op de bank blijven hangen zonder doel is geen optie.
Petra Stassen is director Investments bij AF Advisors. AF Advisors is deel van het expertpanel dat maandelijks een bijdrage voor Investment Officer schrijft.