Dit artikel wordt u aangeboden door onze partner.

Invesco: “Indexselectie wordt steeds meer een actieve keuze.”

v

Active ETF’s zijn bezig aan een opmars, inmiddels ook in Europa. Beleggers waarderen dat zij binnen een kostenefficiënt raamwerk meer kunnen sturen op risico, rendement of ESG. Dat traditionele marktgewogen indices steeds sterker leunen op een kleine groep megacaps, geeft die trend een extra impuls. “De grens tussen actief en passief vervaagt. Ook met indices voeren beleggers steeds vaker een actief beleid,” stelt Erhard Radatz, Global Head Portfolio Management bij Invesco.

Beleggers kiezen al langer actief tussen verschillende indexvarianten: thematische benchmarks, smart beta of ESG-indices. “In feite is beleggen in de S&P 500 al een actieve keuze, namelijk voor Amerikaanse aandelen. Maar je hebt tegenwoordig steeds meer ETF’s waarmee je actief kunt beleggen op basis van tal van factoren,” zegt Radatz. Vooral institutionele beleggers zijn sterk benchmarkbewust, waarbij enhanced indexing - actief sturen binnen een strikt risicokader - de laatste jaren snel terrein wint.

Active ETF’s passen logisch in die ontwikkeling en zijn in de VS inmiddels niet meer weg te denken. De drijfveren om in Europa in ETF’s te beleggen zijn wel anders. “Het succes van active ETF’s in de VS is deels gebaseerd op fiscale voordelen, en die bestaan hier niet,” aldus Radatz. “Dus moet er iets anders zijn dat beleggers in Europa aantrekt.”

Transparantie, lage kosten en verhandelbaarheid

Volgens Radatz draait het om transparantie, lage kosten en handelbaarheid. Een vaak over het hoofd gezien voordeel is dat transactiekosten worden gedragen door de handelende partij, niet door het fonds en daarmee door bestaande beleggers. “Als langetermijnbelegger in een ETF hoef je je niet druk te maken om zulke kosten; de mensen die in- en uitstappen dragen de transactiekosten. Bij veel traditionele beleggingsfondsen ligt dat anders.”

Het klassieke actieve fonds met een geconcentreerde portefeuille van dertig tot veertig aandelen heeft de ‘ETF-wrapper’ in Europa nog nauwelijks gevonden. Wat wél hard groeit, zijn enhanced-strategieën. “Deze strategieën zijn benchmarkbewust, met een tracking error rond de één procent,” legt Radatz uit.

Binnen die categorie bestaan factorstrategieën en fundamenteel gedreven varianten. De gemene deler is dat bij de portefeuilleconstructie een vaste systematiek wordt gebruikt. Ook voor ESG-beleggers blijkt enhanced indexing aantrekkelijk: zij kunnen sturen op duurzaamheid zonder afhankelijk te worden van een van de honderden ESG-indexvarianten. “Dat betekent dat je een lage tracking error ten opzichte van een grote traditionele index kunt bereiken. Het is bovendien heel moeilijk om de juiste ESG-index te kiezen: MSCI heeft er alleen al honderden,” voegt Radatz toe. 
 

New Year’s Perspectives 2026
Erhard Radatz spreekt op Investment Officer New Year’s Perspectives over “Indexselectie wordt steeds meer een actieve keuze”. Kom op 15 januari naar New Year’s Perspectives. Meld u hier aan. 
 


Een nieuwe generatie ETF-beleggers

ETF’s danken hun groei niet alleen aan pensioenfondsen en vermogensbeheerders. Radatz ziet dat vooral digitale platforms een nieuwe groep beleggers naar de markt brengen. “De meeste beleggers via deze kanalen zijn geen ‘gokkers’ maar langetermijnbeleggers die via laagdrempelige apps wereldwijde aandelenportefeuilles opbouwen. Bijvoorbeeld voor hun pensioen.”

Ook buiten West-Europa verandert het beeld. In regio’s als Oost-Europa en Zuid-Amerika slaan institutionele beleggers traditionele mandaten en mutual funds soms helemaal over. “Ze stappen direct in ETF’s.”

Concentratie maakt sturen via factoren steeds belangrijker

De dominantie van een beperkt aantal megacaps in marktgewogen indices zoals de S&P 500 kan vanuit diversificatie-overwegingen een uitdaging worden. Equal-weight-indices zijn een antwoord, maar Radatz ziet vooral multi-factor-ETF’s aan belang winnen. “Momentum en waarde hebben de neiging negatief gecorreleerd te zijn, wat uitstekend is voor portefeuillediversificatie,” zegt hij.

Ook kwaliteit en lage volatiliteit spelen een grotere rol. Vooral die laatste factor wordt volgens Radatz interessant als markten draaien. “Low-volatility strategieën zouden het goed moeten doen als aandelenmarkten wegzakken.”

Inflatie: het onderschatte risico richting 2026

Op de vraag waar beleggers in 2026 door verrast kunnen worden, noemt Radatz zonder aarzelen een oplopende inflatie. “Ik denk dat beleggers het risico van een significante terugkeer van inflatie onderschatten.”

Hij wijst op structurele krachten zoals deglobalisatie, vergrijzing en de energietransitie, maar ook op de Amerikaanse monetaire en begrotingspolitiek. De recente daling van de inflatie zet beleggers volgens hem op het verkeerde been. “De olieprijzen zijn wat gedaald, en dat heeft de inflatie kunstmatig gedrukt. Houd rekening met hogere inflatiecijfers.”

Waardeaandelen kunnen in dat scenario een belangrijke rol spelen. “In een inflatoire omgeving doen goedkopere aandelen het meestal beter dan dure aandelen.” Via ETF’s met een tilt naar waarde kunnen beleggers zich tegen inflatie beschermen.

Radatz waarschuwt ook voor een veelgemaakte fout: te vroeg uit de markt stappen bij signalen van overwaardering. “Het is heel moeilijk om het uiteenspatten van een bubbel te timen… de markt kan langer irrationeel blijven dan jij solvent kunt blijven.”

Multi-factorstrategieën bieden volgens hem een realistischer pad omdat beleggers hiermee kunnen meebewegen met de markt. Uiteindelijk gaat het om echte diversificatie. “Niet de illusie van spreiding binnen marktgewogen wereldindices, maar diversificatie in risicobronnen: waarde, kwaliteit, momentum en lage volatiliteit.”