Op 20 november 2025 presenteerde de Europese Commissie haar voorstel voor SFDR 2.0: de herziening van de Europese duurzaamheidsregels voor de financiële sector. Opvallend is dat beleggingsondernemingen die vermogensbeheer of beleggingsadvies verlenen in het voorstel niet langer direct onder de SFDR zouden vallen.
Dat klinkt als een flinke verlichting, omdat deze diensten tot nu toe als ‘product’ werden behandeld. Maar wie denkt dat hiermee de duurzaamheidsverplichtingen verdwijnen, komt bedrogen uit. De SFDR-transparantieverplichtingen mogen dan vervallen voor beheer en advies, via kaders als Mifid II en IFR/IFD blijft duurzaamheid gewoon een vast onderdeel van het dagelijkse werk.
In de praktijk verandert er voorlopig weinig. Beleggingsondernemingen zijn op grond van Mifid II en IFR/IFD nog steeds verplicht om duurzaamheidsrisico’s te integreren in hun dienstverlening en bedrijfsvoering. Daarbij is SFDR 2.0 op dit moment nog slechts een voorstel. De nieuwe regels worden op z’n vroegst in 2028 verwacht, en tot die tijd geldt het huidige SFDR-regime onverkort. Of deze tekst ongeschonden de eindstreep haalt, valt nog te bezien. Europese ESG-wetgeving heeft ons vaker geleerd dat de laatste meters soms de meeste verrassingen opleveren.
SFDR 2.0 schrapt de bekende artikel 8- en 9-productclassificaties en introduceert drie nieuwe productcategorieën: transitie, ESG-Basics en duurzaam. Beleggingsondernemingen vallen zelf niet rechtstreeks onder deze nieuwe indeling, maar ze adviseren over producten die er wél onder vallen. En dus blijft het belangrijk om te begrijpen hoe deze categorieën werken en wat een product wél of juist niet duurzaam maakt. Die kennis heb je simpelweg nodig om producten goed te kunnen duiden én om klanten helder te kunnen uitleggen wat ze kopen.
Ongeacht de aanpassingen in SFDR 2.0 blijft een aantal duurzaamheidsverplichtingen voor beleggingsondernemingen bestaan. Hieronder staan de verplichtingen die onverminderd van kracht blijven.
Uitvragen van duurzaamheidsvoorkeuren
De verplichting om duurzaamheidsvoorkeuren bij klanten uit te vragen lijkt vooralsnog te blijven. SFDR 2.0 verandert namelijk niets aan Mifid II. Tegelijkertijd ontstaat wel een vreemde situatie: Mifid gebruikt SFDR-begrippen, zoals de definitie van ‘duurzame belegging’, die onder SFDR 2.0 verdwijnen. Het ligt daarom voor de hand dat de uitvraag op termijn wordt aangepast, waarschijnlijk richting de nieuwe productcategorieën, mogelijk aangevuld met specifieke kenmerken, zoals impactstrategieën, Taxonomy-alignment of het volgen van een CTB- of PAB-benchmark.
Voor beleggingsondernemingen betekent dit vooral dat zij goed moeten blijven uitleggen wanneer een product wél of niet bij de voorkeuren van een klant past. Kennis van het SFDR 2.0 regime blijft dus hard nodig, ook al beweegt Mifid II nu nog niet mee.
Integratie van duurzaamheidsrisico’s
Geen informatie meer hoeven verstrekken over de integratie van duurzaamheidsrisico’s op entiteit- en productniveau klinkt misschien aantrekkelijk, maar zo eenvoudig is het helaas niet. Ook zonder directe toepassing van de SFDR blijven beleggingsondernemingen op grond van de Mifid II Gedelegeerde Verordening en het IFR/IFD-kader verplicht om duurzaamheidsrisico’s structureel mee te nemen in hun (prudentiële) risicobeheer. Dat betekent dat duurzaamheidsrisico’s, als mogelijke bron van financiële én niet-financiële risico’s, moeten worden geïdentificeerd, beoordeeld en beheerst. Duurzaamheid blijft dus gewoon onderdeel van het interne beleid, de procedures en de dagelijkse praktijk van het risicobeheer.
Daarnaast speelt duurzaamheid ook een rol bij het voorkomen van belangenconflicten. Bij het identificeren en managen van mogelijke conflicten moeten beleggingsondernemingen óók rekening houden met duurzaamheidsfactoren en met de duurzaamheidsvoorkeuren van klanten. Met andere woorden: ook als SFDR 2.0 afstand creëert, blijft duurzaamheid materieel stevig verankerd in het Mifid II-kader.
Product governance
De SFDR blijft de basis voor duurzaamheidsinformatie over financiële producten. De AFM verwacht dat beleggingsondernemingen die informatie niet alleen kennen, maar ook kritisch beoordelen. Binnen product governance betekent dit dat duurzaamheidsaspecten structureel worden meegenomen in zowel productontwikkeling als de distributie. Denk aan het vastleggen van duurzaamheidsfactoren in het beleid, een zorgvuldige toetsing van productkenmerken en het voorkomen dat ‘grijze’ producten terechtkomen bij beleggers die juist uitgesproken duurzaam willen beleggen (mis-selling). Zo vormt product governance de schakel tussen SFDR informatie en de Mifid eisen rondom productontwikkeling en distributie.
Ook in de bredere klantreis speelt dit een rol. De AFM verwacht dat websites, apps en klantcontact aansluiten bij de vastgestelde doelgroep en duidelijk uitleggen welke duurzaamheidskenmerken een product heeft. Dat omvat ook het uitsluiten van producten die niet passen bij duurzame beleggers en actieve monitoring om mis-selling te voorkomen.
Binnen het Product Approval and Review Process (PARP) wordt bovendien scherp bepaald voor welke doelgroep een product wél en juist niet geschikt is. SFDR-informatie is daarbij in de praktijk onmisbaar: het helpt om te beoordelen of een product als duurzaam kwalificeert en of het aansluit bij de duurzaamheidsvoorkeuren van de klant.
AFM-toezicht blijft scherp
Tot slot: ook als beleggingsondernemingen onder SFDR 2.0 formeel buiten scope zouden vallen, betekent dat niet dat duurzaamheid naar de achtergrond verdwijnt. Zo moeten duurzaamheidsclaims nog altijd correct, duidelijk en niet-misleidend zijn, en dus aansluiten bij de duurzaamheidskenmerken over de onderliggende producten.
De AFM heeft bovendien voor 2026 expliciet aangegeven dat duurzaamheid toezichtprioriteit blijft, met extra aandacht voor duurzaamheidsclaims, SFDR-compliance, product governance en de geschiktheidstoets, inclusief duurzaamheidsvoorkeuren. De boodschap is helder: van ‘buiten schot’ is geen sprake.
Kortom: out of scope, maar inhoudelijk nog steeds nauw verbonden met SFDR 2.0.
Dinand Jansen is Legal & Regulatory consultant bij Projective Group. Projective Group is deel van het expertpanel van Investment Officer.