Column
Opinie

Zorg om ons nationale verdienvermogen

Het kabinet is gevallen, we mogen weer naar de stembus. Zet de fragmentering door of neemt het aantal partijen in de Tweede Kamer af en herwinnen de traditionele partijen terrein? Wat gaat dat opleveren voor het economische beleid?

Doordat ik regelmatig op BNR duiding mag geven bij het macro-economische nieuws overkomt het me af en toe dat ik mezelf op de radio hoor. Dat is confronterend. Soms ben ik tevreden, dan weer hoor ik mijn eigen stemgeluid met gekromde tenen aan.

Als mijn commentaar gaat over de economische groei komt daar steeds meer een merkwaardig gevoel van schaamte bij. Ik ben een fervent voorstander van groei, maar die visie wordt maatschappelijk steeds gênanter. De anti-groei beweging is stevig in opmars en kennelijk is mijn gemoed daar bevattelijk voor terwijl ik rationeel echt niets heb met dat gedachtengoed.

De ‘de-growth’ beweging ziet economische groei, materialisme en egoïsme vaak als synoniemen. Dat is een ernstige vergissing. Het gaat bij groei, voorbij een zeker welvaartsniveau, niet om ‘nog meer spulletjes’. De essentie van groei is dat het de keuzemogelijkheden van mensen vergroot. Ik heb één auto, meer hoef ik niet. Dat mijn huidige auto, in tegenstelling tot mijn vorige, ‘adaptive cruise control’ en ‘lane assist’ heeft, vind ik echter geweldig. Dat is groei. Wellicht is groei voor menigeen een te beladen woord en kunnen we beter spreken van economische vooruitgang. 

Blij met de markteconomie

We leven in een markteconomie. Daar ben ik heel dankbaar voor. Niet één ander economisch systeem heeft de mensheid zo veel welvaart opgeleverd, ‘it’s not even close’. Dat wil niet zeggen dat een markteconomie probleemloos is. Bepaald niet. Er moet wel voldoende concurrentie zijn en sommige uitkomsten van de markt vinden we om uiteenlopende redenen niet acceptabel. 

Zo is de prijsvorming op markten soms onvolledig wanneer sprake is van externe effecten. De kwalijke invloed die ons economisch handelen kan hebben op de leefomgeving is een voorbeeld van een negatief extern effect. Natuurlijk moeten we zorgen voor onze leefomgeving en dan dus ingrijpen in de markteconomie, maar daarvoor hoeven we de vooruitgang niet stop te zetten. Tot nu toe laat de geschiedenis trouwens zien dat mensen meer waarde hechten aan en beter zorgen voor hun leefomgeving naarmate het materiële welvaartsniveau toeneemt. 

Een ander probleem met de markteconomie is dat die geen rem zet op de ongelijkheid van inkomen en vermogen die tussen mensen ontstaat. Het is een uitdaging. Hoe beïnvloedt het ingrijpen de werking van de markt? Corrigerende maatregelen om de ongelijkheid tegen te gaan verzwakken de prikkel voor mensen om zich ondernemend en productief in te zetten. Uiteindelijk moet een afweging worden gemaakt of de voordelen van het ingrijpen opwegen tegen de eventuele nadelen, die voortkomen uit de beperking van de marktwerking. 

Moeilijke afwegingen

Het valt niet mee zo’n afweging te maken. Toch moet de overheid dat doen. Zij moet erop toezien dat ons nationale verdienvermogen zich zo goed mogelijk ontwikkelt; daarvan is onze welvaart afhankelijk. Ik vraag mij vaak af of er in Den Haag voldoende op deze manier wordt nagedacht. Neem de poortwachtersfunctie die banken hebben op het gebied van anti-witwas controles. Financiële instellingen in ons land hebben naar verluidt gezamenlijk 13.000 mensen in dienst ten behoeve van deze poortwachtersfunctie. De banken berekenen de kosten uiteraard gewoon door aan de klant, die geen andere keus heeft en het sowieso niet precies weet. Wegen beleidsmakers de maatschappelijke baten van 13.000 poortwachters nog af tegen de kosten die eruit bestaan dat bankdiensten duurder worden en dat deze 13.000 mensen niet elders productief kunnen zijn? Zo zijn er tal van voorbeelden.

Wat ik mij met verkiezingen in aantocht afvraag is of de versplintering van het politieke landschap de zorg om ons nationale verdienvermogen verzwakt, versterkt of dat die überhaupt geen invloed heeft. Ik ben bang dat het er niet beter op wordt, omdat al die kleinere partijen zich met een beperkt aantal thema’s allemaal moeten onderscheiden. 

Han de Jong is voormalig hoofdeconoom van ABN Amro. Hij schrijft wekelijks voor Investment Officer  over economie en markten. Meer informatie over zijn visie kunt u lezen op Crystal Clear Economics.