Dit artikel wordt u aangeboden door AXA IM.

AXA IM: Het ESG-datadilemma: goed nieuws voor actieve en betrokken beleggers

Meten is weten. Binnen duurzaam beleggen wordt dat steeds meer werkelijkheid. Diepgaand en analytisch beheer is nodig om tot iets zinvols te komen.

Meten is weten. Binnen duurzaam beleggen (responsible investment, RI) wordt dat steeds meer werkelijkheid. Toch blijft diepgaand en analytisch beheer nodig om tot iets zinvols te komen, te midden van input die soms niet aan elkaar gelijk is en data die zich soms maar moeilijk met elkaar laat vergelijken.

Voor sommige onderwerpen zijn er duidelijke maatstaven. Genderdiversiteit in de bestuurskamer is prima met elkaar te vergelijken. Bedrijven met een hoge score op controversiële activiteiten kunnen we vermijden dankzij betrouwbare data van derde partijen. Maar om echt te voldoen aan RI moet je gebruikmaken van meerdere bronnen, de geloofwaardigheid van externe leveranciers toetsen en beoordelen, en je eigen robuuste beoordelingsproces ontwikkelen.

Waar er voorheen nog een tekort was aan zinvolle Environmental, Social & Governance (ESG)-data-data, zijn er nu diverse variaties van dezelfde thema´s beschikbaar die om aandacht strijden. Er zijn echter nog steeds geen definitieve regels opgesteld over welke gegevens bedrijven moeten publiceren. Die bedrijven laten het vaak over aan de aandeelhouders, adviseurs en ESG-ratingbureaus om hier iets van te vinden. En als er geen vast format is voor welke data moet worden gepubliceerd, verhoogt dat het risico dat belangrijke data wordt weggelaten, wat kan zorgen voor een lage ESG-score.

Hetzelfde probleem treft het concept 'schaal'. Grote oliemaatschappijen komen bijvoorbeeld jaarlijks met een duurzaamheidsrapport van meer dan 100 pagina's, dat enorm veel data en inzet heeft vereist. Dit kan relatief in het nadeel werken van kleinere bedrijven die over minder middelen beschikken; die de financiële slagkracht missen om een leger aan ESG-specialisten in te zetten om hun duurzame prestaties te verzamelen, samen te voegen en hierover verslag te doen. Dit kan leiden tot het ongewenste effect dat duurzame beleggingen zich concentreren op grotere bedrijven.

Scores, en meer

Het is daarom belangrijk dat beleggers zich niet te snel neerleggen bij een aanpak die op het eerste gezicht voor de hand liggend lijkt. Simpel gezegd; er is geen shortcut voor daadwerkelijk duurzaam beleggen. Een aanpak die wij graag hanteren is het opnemen van een duurzaamheidsanalyse in het samenstellingsproces van de portefeuille; om ESG vanaf het begin centraal te stellen. Ons inziens dient ESG-analyse binnen beleggingsteams plaats te vinden, niet separaat in een apart team.

Een brede ESG-score is inmiddels een nuttig instrument voor beleggingsbeslissingen en stelt beleggers in staat om te kiezen voor bedrijven met beste score. Bij AXA IM gebruiken we bij voorkeur de MSCI-scores, waarbij we ernaar streven deze uit te breiden met additionele informatie. Aan deze scoringsmethodiek voegen we onze eigen analyse toe, zodanig dat we én het universum dat we bestrijken vergroten, én dat we een aantal inconsistenties die nog steeds spelen op dit gebied aanpakken. Wij denken dat dit de enige passende manier is om ESG-prestaties van een bedrijf daadwerkelijk in kaart te brengen: door kwalitatief en kwantitatief onderzoek te combineren.

Binnen AXA IM werkt dit als volgt; als een portefeuillebeheerder redenen ziet om aan een ESG-score te twijfelen, kan hij of zij een van onze ESG-analisten vragen een diepgaand onderzoek uit te voeren. Dit onderzoek wordt vervolgens voorgelegd aan een commissie van leidinggevenden van verschillende researchafdelingen binnen ons bedrijf. Zij besluiten vervolgens of een aanpassing, positief of negatief, gerechtvaardigd is. Een dergelijke omgeving, waar uitdagingen en rekenschap hand in hand gaan, geeft weer hoe wij denken dat beleggers moeten omgaan met ESG-data.

Het meten van de uitstoot

Laten we eens specifiek kijken naar klimaat. Pensioenfondsen richten zich op het steeds verder decarboniseren van de portefeuilles, of het nu is vanwege veranderende wet- en regelgeving, wensen van de deelnemers, of het momentum op de markt ten aanzien van het klimaat. De vraag die hierbij ontstaat is: hoe beheren en meten we dit proces?

Absolute uitstoot is een goed startpunt, en tevens de uiteindelijke graadmeter of een portefeuille al dan niet de netto-nullijn heeft behaald. Gewogen gemiddelde koolstofintensiteit, ook wel bekend als de 'WACI' (weighted average carbon intensity), meet hoe uitstoot zich verhoudt tot een algemene factor, zoals omzet. Als laatste kent iedereen de koolstofvoetafdruk, waarbij pensioenfondsen de totale uitstoot berekenen per belegd miljoen. Maar ondanks de bekendheid van deze drie maatstaven blijven dit momentopnamen, bevroren in de tijd. Wij denken dat het tijd is om breder te kijken en het koolstof-pad te analyseren per bedrijf en van totale portefeuilles.

Beleggers kunnen ook kijken naar de gegevens van het Transition Pathway Initiative (TPI), een groep van asset-owners die bedrijven inschaalt op in hoeverre zij klaar zijn voor een koolstofarme economie. Deze maatstaf kijkt vooruit, is gericht op sectoren, en is vrijelijk beschikbaar. Het enige nadeel van deze maatstaf is dat alleen sectoren met de hoogste uitstoot worden meegenomen. Met name opmerkelijk is dat financiële dienstverleners geen onderdeel zijn van het TPI, terwijl zij mogelijk financiering verstrekken aan bedrijven met de hoogste uitstoot.

Door dergelijke gegevens te combineren met het werk van het Science-Based Targets-initiatief (SBTi) kunnen we ons een goed beeld vormen over hoe een bedrijf zich kan ontwikkelen tijdens de transformatie naar een netto-nulwereld (het SMTi vergelijkt bedrijfsdoelstellingen met de doelstellingen van het Parijsakkoord en keurt deze goed, en voor meer sectoren dan het TPI).

Engagement

Het in lijn komen met deze doelstellingen is echter maar één kant van de medaille, en het is essentieel dat vermogensbeheerders zich blijven richten op financiële doelstellingen van een klantportefeuille. Hiervoor is Climate Value at Risk, oftewel CVaR, een geschikt hulpmiddel. De naam is wat misleidend. Deze tool is in feite een hulpmiddel voor scenario-analyse, waarbij gemeten wordt hoeveel een portefeuille mogelijk daalt wanneer klimaatrisico's per direct worden verwerkt in de waarderingen. Beleggers kunnen CVaR gebruiken om vast te stellen welke factoren het meeste risico met zich meebrengen en krijgen hierdoor een beter inzicht in de mogelijke financiële impact. Zo kan bijvoorbeeld een stijging van de koolstofprijs al snel het bedrijfsmodel verstoren van bedrijven met een hoge uitstoot.

Deze allesomvattende aanpak laat de noodzaak zien om kwalitatief onderzoek te combineren met kwantitatief onderzoek, en het is duidelijk dat iedere beoordeling van de haalbaarheid van plannen om de uitstoot te verlagen deels afhangt van de beoordeling van de kwaliteit van het management - in hoeverre zij in staat zijn om de plannen uit te voeren.

Wij denken dat dit een goede voorsprong geeft aan beleggers die een toegewijde en doelgerichte engagement serieus nemen. Dit is wederom een voorbeeld van actief beheer dat niet kan worden vervangen door een passieve aanpak. In een wereld waarin ESG-doelstellingen snel veranderen en lastig te definiëren zijn, met name die voor het klimaat, moeten beleggers een duidelijk oordeel vellen over de kwaliteit van het management, naast diepgaand begrip van de onderliggende data van de ESG-prestaties.

De data waarvan gebruik wordt gemaakt bij duurzaam beleggen verbetert snel, maar is zeker nog niet perfect. Er zijn nog relatief weinig vergelijkingsmaatstaven binnen ESG die net zo eenduidig zijn als financiële maatstaven. Maar voor een actieve en betrokken vermogensmanager is er zeker genoeg voorhanden om op voort te bouwen, en genoeg om portefeuilles samen te stellen die beschermen tegen ESG-risico's, kansen te spotten, en te voldoen aan de doelstellingen van het Parijs-akkoord.